Motorroutes in Frankrijk
Frankrijk biedt de Franse Alpen, Vogezen, Pyreneeën en Provence. Vind motorvriendelijke accommodaties met stalling voor jouw motorreis. Hier vind je GPX-routes door de mooiste regio's van Frankrijk.
Hauts du Velay – Vulkanische bergen en de bochten van de Ardèche
Auvergne-Rhône-Alpes · 231 km
Ruige vulkanische bergtoppen, eindeloze groene hoogvlaktes en bochtige wegen die zich door stille valleien slingeren. De Hauts du Velay vormen het decor van een prachtige motorrit door het zuiden van de Auvergne en de noordelijke Ardèche. Deze rondrit van ruim 231 kilometer begint in Le Puy-en-Velay, een bijzondere stad die beroemd is om haar vulkanische rotsformaties en indrukwekkende historische gebouwen. Maar al snel verdwijnen de huizen achter je en maken ze plaats voor het bergachtige landschap van de Haute-Loire. Via Le Monastier-sur-Gazeille klim je langzaam richting de hoger gelegen plateaus. De wegen volgen het natuurlijke reliëf, met heerlijke bochten, kleine gehuchten en steeds weidsere uitzichten. Bij Les Estables bereik je een van de mooiste gebieden van de route: het vulkanische massief van de Mont Mézenc. De berg domineert het omliggende landschap, met open graslanden, uitgestrekte vergezichten en karakteristieke vulkanische toppen. Dit is een prachtige omgeving om even te stoppen en van het uitzicht te genieten. Le Puy-en-Velay Tourisme Vervolgens gaat het zuidwaarts richting Sainte-Eulalie, waar de uitgestrekte bergplateaus langzaam overgaan in het ruigere landschap van de Ardèche. Vanaf Saint-Martin-de-Valamas begint een ander karakter van de route. De wegen worden bochtiger en slingeren door de beboste valleien rond de rivier de Eyrieux. Via Le Cheylard rijd je verder richting Vernoux-en-Vivarais. Dit gedeelte is bijzonder aantrekkelijk voor motorrijders die houden van aaneengesloten bochtencombinaties en rustige Franse binnenwegen. liberty-rider.com Na Vernoux-en-Vivarais maakt de route een lus terug richting Lamastre, een sfeervol plaatsje waar je prima even kunt stoppen voor koffie of lunch. Daarna klim je opnieuw de bergen in richting Saint-Agrève. Het landschap wordt opener, de wegen voeren over groene hoogvlaktes en het uitzicht reikt regelmatig kilometers ver. Via Le Chambon-sur-Lignon en Tence ontdek je het rustige karakter van het Plateau du Haut-Lignon. Hier wisselen bossen, weilanden en kleine dorpen elkaar af, met mooie vloeiende bochten die uitnodigen om ontspannen door te rijden. Vervolgens loopt de route via Yssingeaux terug richting Le Puy-en-Velay. De laatste kilometers bieden nog prachtige uitzichten over het vulkanische landschap van de Haute-Loire. Na ruim 230 kilometer eindigt de tocht weer waar hij begon, met een mooie combinatie van bergpanorama's, bochtenwegen en typisch Franse dorpjes. Een route zonder de drukte van de Alpen, maar met minstens zoveel plezier voor wie graag stuurt.
Haut-Languedoc – Spectaculaire kloven, ruige rotsformaties en eindeloze bochten
Occitanië · 281 km
Ruim 280 kilometer sturen over kronkelende bergwegen, langs indrukwekkende kalksteenkloven en door de uitgestrekte bossen van het Parc naturel régional du Haut-Languedoc. Deze rondrit vanuit Lodève heeft alles in huis voor een heerlijke motordag: afwisseling, prachtige natuur en vooral heel veel bochten. De route begint in Lodève, een karakteristiek stadje aan de voet van het Larzacplateau. Al snel klim je het binnenland in richting Le Caylar, waar de open hoogvlaktes en uitgestrekte vergezichten de toon zetten voor het eerste gedeelte van de rit. Vervolgens gaat het richting een van de spectaculairste natuurverschijnselen van Zuid-Frankrijk: het Cirque de Navacelles. Hier heeft de rivier de Vis een enorme hoefijzervormige kloof uitgesleten in het kalksteenplateau. De indrukwekkende hoogteverschillen en de kronkelende wegen langs de rotswanden maken deze omgeving tot een absoluut hoogtepunt voor motorrijders. herault-tourisme.com +1 Daarna slingert de route verder richting de Gorges de l'Hérault, waar diepe valleien, mediterrane begroeiing en ruige rotsformaties het landschap bepalen. Via Clermont-l'Hérault rijd je naar Mourèze, bekend om het bijzondere rotslandschap van het Cirque de Mourèze. Hier vormen verweerde kalksteenformaties een bijna buitenaards decor, met grillige rotspilaren en nauwe doorgangen. Na Mourèze verandert het landschap geleidelijk. Je rijdt via Bédarieux en Lamalou-les-Bains richting de groene heuvels van het Haut-Languedoc-gebergte. De wegen worden hier steeds bochtiger en voeren door bossen, langs berghellingen en door kleine dorpen. Een van de mooiste plaatsen onderweg is Olargues, een karakteristiek middeleeuws dorp aan de rivier de Jaur. Met zijn oude stenen huizen, brug en ligging tussen de bergen is dit een heerlijke plek voor een koffiestop. Vanuit Olargues gaat de route verder richting Saint-Pons-de-Thomières, waar de bergen en bossen steeds nadrukkelijker aanwezig zijn. Dit deel van het Parc naturel régional du Haut-Languedoc staat bekend om zijn rustige bergwegen en prachtige groene natuur. herault-tourisme.com Vervolgens klim je richting La Salvetat-sur-Agout, een bergdorp in een omgeving van uitgestrekte bossen, meren en glooiende berghellingen. Hier geniet je van lange, vloeiende bochten en schitterende vergezichten over het hoger gelegen landschap. Via Murat-sur-Vèbre begint de terugweg richting Lodève. De route voert opnieuw over rustige binnenwegen, langs beboste heuvels en door de minder drukke gedeelten van de Haut-Languedoc. Het laatste traject loopt via Lunas terug naar Lodève, waar na ruim 280 kilometer een bijzonder afwisselende motorrit ten einde komt. Van droge kalksteenplateaus tot diepe kloven en groene bergbossen: deze route laat zien hoe verrassend veelzijdig Zuid-Frankrijk is.
Haut-Jura – Bochten, bergmeren en eindeloze groene bergwegen
Bourgondië-Franche-Comté · 320 km
Diep in het oosten van Frankrijk ligt een motorparadijs waar beboste berghellingen, turquoise meren en heerlijk kronkelende wegen elkaar afwisselen. De Haut-Jura heeft misschien niet de duizelingwekkende hoogtes van de Alpen, maar biedt iets wat minstens zo aantrekkelijk is: kilometerslang genieten van prachtige bochtenwegen door een verrassend groen en afwisselend berglandschap. Deze rondrit van ruim 320 kilometer begint in Saint-Claude, een karakteristiek stadje tussen de steile hellingen van het Juragebergte. Vanuit Saint-Claude voert de route zuidwaarts richting Oyonnax en vervolgens Nantua. Hier wacht meteen een van de mooiste natuurgebieden van de zuidelijke Jura. Het Lac de Nantua ligt tussen hoge, beboste kalksteenhellingen en vormt een prachtig decor voor een korte fotostop. boucle de 322 km depuis Saint-Claude Daarna slingert de route noordwaarts via Arinthod en Orgelet door de Petite Montagne. Dit is zo'n gebied waar je heerlijk in je eigen ritme rijdt: rustige binnenwegen, vloeiende bochten en kleine Franse dorpen volgen elkaar op. Bij Clairvaux-les-Lacs komen de bergmeren opnieuw in beeld. De combinatie van helder water, groene oevers en uitgestrekte bossen geeft dit gedeelte een heerlijk ontspannen karakter. Via Champagnole gaat de route verder richting Pontarlier, waar het landschap geleidelijk overgaat in de hoger gelegen plateaus van de Haut-Doubs. Hier worden de bossen uitgestrekter en openen zich regelmatig prachtige vergezichten over weiden en berghellingen. Vanaf Pontarlier rijdt de route zuidwaarts naar Malbuisson, aan het indrukwekkende Lac de Saint-Point. Dit grote bergmeer ligt midden in het groene landschap van de Jura en is een uitstekende plek voor een langere pauze. Na Malbuisson gaat het richting Mouthe, bekend om zijn koude winters en de bron van de rivier de Doubs. Het bergachtige landschap is hier bijzonder rustig, met uitgestrekte bossen, open weiden en schitterende landelijke wegen. Vervolgens voert de route door het hogere deel van de Jura richting Les Rousses, een bekend bergdorp vlak bij de Zwitserse grens. Hier geniet je van prachtige berglandschappen, dichte naaldbossen en lange bochtencombinaties. Via Mijoux, gelegen in de vallei van de Valserine, begint het laatste gedeelte van de tocht. Dit deel voert door het berggebied rond de Col de la Faucille, met mooie hoogteverschillen en indrukwekkende uitzichten over de omgeving. Monts Jura Uiteindelijk keer je terug naar Saint-Claude, waar je na ruim 320 kilometer kunt terugkijken op een heerlijke dag vol bochten, bergmeren en Franse berglandschappen. Geen extreme Alpenpassen, maar wel een fantastische motorroute voor wie houdt van ontspannen stuurwerk en eindeloos mooie natuur.
Grands Sites du Quercy – Langs middeleeuwse dorpen, diepe kloven en verborgen schatten
Occitanië · 222 km
Ontdek de indrukwekkende schoonheid van de Quercy tijdens deze prachtige motorroute door het hart van het Franse departement Lot. Een streek waar kronkelende binnenwegen, kalksteenplateaus, eeuwenoude dorpen en spectaculaire rivierlandschappen elkaar voortdurend afwisselen. Deze rondrit van ruim 220 kilometer combineert heerlijk ontspannen bochtenwerk met enkele van de bekendste bezienswaardigheden van Zuidwest-Frankrijk. Vanuit Cahors, de historische stad aan de rivier de Lot, vertrek je richting het noorden. Al snel laat je de bebouwing achter je en rijd je over rustige binnenwegen door het karakteristieke landschap van de Causses du Quercy. Hier bepalen stenen muurtjes, kleine bossen, glooiende heuvels en authentieke Franse boerderijen het uitzicht. Via Labastide-Murat slingert de route verder richting Rocamadour, een van de indrukwekkendste dorpen van Frankrijk. Dit beroemde bedevaartsoord lijkt letterlijk tegen een steile rotswand geplakt. De middeleeuwse huizen en heiligdommen hangen hoog boven de kloof van de Alzou en vormen een fantastisch decor voor een tussenstop. lio-occitanie.fr Na Rocamadour voert de route naar de omgeving van de Gouffre de Padirac, een enorme natuurlijke ondergrondse wereld. Wie hier de motor even wil laten staan, kan afdalen in een indrukwekkend grottenstelsel en een tocht maken over de ondergrondse rivier. Daarvoor moet je wel flink wat extra tijd reserveren. Brive Tourisme Vervolgens rijd je via Saint-Céré en Lacapelle-Marival verder zuidwaarts. Dit gedeelte laat een rustiger kant van de Quercy zien, met landelijke wegen, groene heuvels en kleine dorpjes waar de tijd soms lijkt te hebben stilgestaan. Via Livernon bereik je het gebied rond Cajarc, waar het landschap verandert en de rivier de Lot steeds nadrukkelijker aanwezig is. De wegen volgen de contouren van de heuvels en dalen, met regelmatig prachtige uitzichten. Een absoluut hoogtepunt volgt bij Saint-Cirq-Lapopie. Dit spectaculaire middeleeuwse dorp ligt hoog boven de Lot en behoort tot de beroemdste dorpen van de streek. De smalle straatjes, oude stenen huizen en indrukwekkende ligging maken het een perfecte plek om even af te stappen. sarlat-tourisme.com Daarna voert de route naar Cabrerets, in de schilderachtige vallei van de Célé. Hier slingeren de wegen tussen kalksteenrotsen, groene hellingen en kleine gehuchten. Een heerlijk stukje Frankrijk waar het vooral draait om genieten van de omgeving. Via Saint-Géry keer je uiteindelijk terug naar Cahors, waar je na een afwisselende motordag weer aankomt aan de oevers van de Lot. Een prachtige route voor motorrijders die niet alleen van bochten houden, maar onderweg ook graag bijzondere plekken ontdekken.
Grands Cols des Pyrénées – De legendarische bergpassen van de Franse Pyreneeën
Occitanië · 431 km
Ontdek de indrukwekkende bergwereld van de Franse Pyreneeën tijdens een spectaculaire motorroute langs legendarische bergpassen, diepe valleien en adembenemende panorama's. Deze rondrit vanuit Pau is een avontuur voor motorrijders die houden van haarspeldbochten, uitdagende bergwegen en eindeloos mooie vergezichten. De route begint in Pau, aan de voet van de Pyreneeën. Via Oloron-Sainte-Marie rijd je richting Laruns, waar de bergen langzaam steeds hoger worden en de wegen steeds bochtiger. Vanaf Laruns begint een van de absolute hoogtepunten van deze tocht: de klim richting Gourette en de beroemde Col d'Aubisque. Deze bergpas op 1.709 meter hoogte staat bekend om zijn spectaculaire uitzichten en indrukwekkende weg langs de berghellingen. tourisme64.com Via de bergachtige omgeving van de Col du Soulor daal je af richting Argelès-Gazost. Hier volgen schitterende bochten en groene valleien elkaar op. Na Argelès-Gazost gaat het richting Luz-Saint-Sauveur, waar de klim naar de legendarische Col du Tourmalet begint. Met zijn 2.115 meter behoort deze bergpas tot de bekendste wegen van de Pyreneeën. De route slingert omhoog langs indrukwekkende berghellingen, met uitzicht op de ruige toppen van het massief rond de Pic du Midi. Na de Tourmalet daal je via La Mongie af richting Sainte-Marie-de-Campan. Het landschap wordt groener, de wegen blijven heerlijk bochtig en de karakteristieke bergdorpen maken deze omgeving bijzonder sfeervol. De route vervolgt richting Arreau en het prachtige berggebied rond Bagnères-de-Luchon. Hier wisselen brede valleien, steile hellingen en mooie bergwegen elkaar af. De Pyreneeën laten zich hier van een heel andere kant zien: minder ruig op sommige stukken, maar minstens zo indrukwekkend. Via Saint-Béat en Fos voert de tocht verder oostwaarts, waarna je via Aspet weer richting het westen rijdt. Dit deel heeft een rustiger karakter, met groene heuvels, bossen en prachtige landelijke wegen. Onderweg passeer je Saint-Bertrand-de-Comminges, een historisch dorp met een opvallende ligging boven het omliggende landschap. Via Montréjeau en Bagnères-de-Bigorre begint het laatste grote gedeelte van deze rondrit. Je rijdt langs de noordelijke uitlopers van de Pyreneeën richting Lourdes en vervolgens terug naar Pau. Na ruim 430 kilometer stap je van je motor met een verzameling bergpassen, haarspeldbochten en onvergetelijke uitzichten op zak. Een fantastische uitdaging voor motorrijders die het beste van de Franse Pyreneeën in één indrukwekkende rit willen beleven.
Gorges du Verdon – Motorrijden langs de Grand Canyon van Europa
Provence-Alpes-Côte d'Azur · 255 km
Er zijn motorritten die je bijblijven vanwege de heerlijke bochten. En er zijn routes die indruk maken door hun spectaculaire natuur. Deze rondrit door de Gorges du Verdon combineert het allebei op een manier die je niet snel vergeet. Vanuit het Provençaalse Manosque vertrek je richting Gréoux-les-Bains, waar het landschap langzaam verandert van glooiende heuvels naar indrukwekkende bergachtige natuur. De wegen slingeren door het karakteristieke landschap van de Haute-Provence, met geurige mediterrane begroeiing, kleine dorpen en telkens weer prachtige vergezichten. Via Riez bereik je Moustiers-Sainte-Marie, een van de mooiste dorpen van de Provence. Het dorp ligt spectaculair tegen een steile rotswand en vormt een prachtige toegangspoort tot de Gorges du Verdon. Vanaf hier begint het echte motoravontuur. De weg klimt langs indrukwekkende kalksteenrotsen richting La Palud-sur-Verdon. Onderweg openen zich spectaculaire uitzichten over de diepe kloof, waarin de turquoise rivier de Verdon zich een weg door het landschap heeft gesneden. De enorme rotswanden, soms honderden meters hoog, maken dit tot een van de indrukwekkendste klooflandschappen van Europa. verdontourisme.com +1 De combinatie van haarspeldbochten, bergwegen en smalle passages vraagt concentratie, maar beloont je met een onvergetelijke motorervaring. Iedere bocht lijkt een nieuw uitzicht te onthullen. Via Castellane verandert het landschap geleidelijk. Je rijdt verder door een indrukwekkend bergachtig gebied richting Comps-sur-Artuby. Hier wordt het vaak wat rustiger en kun je volop genieten van het heerlijke bochtenwerk op de Zuid-Franse binnenwegen. Daarna voert de route naar Aups, een sfeervol Provençaals plaatsje dat zich uitstekend leent voor een pauze op een gezellig terras. Vanaf hier gaat de rit via Tavernes en Rians door het warmere, glooiende landschap van de Provence. Olijfgaarden, bossen, kleine dorpen en lange bochtige wegen vormen het decor van het laatste gedeelte. Uiteindelijk keer je terug naar Manosque, met een fantastische verzameling bochten en indrukken op zak. Dit is Zuid-Frankrijk op zijn best: spectaculair, afwisselend en gemaakt om op twee wielen te ontdekken.
Gorges du Tarn & Mont Lozère – Spectaculaire kloven en ruige bergwegen
Occitanië · 298 km
Ontdek twee van de indrukwekkendste natuurgebieden van Zuid-Frankrijk tijdens deze fantastische motorroute door de Gorges du Tarn en de bergwereld rond Mont Lozère. Een schitterende combinatie van spectaculaire kalksteenkloven, kronkelende bergwegen, uitgestrekte hoogvlaktes en authentieke Franse dorpjes. Vanuit Millau voert de route richting de indrukwekkende Gorges du Tarn. Hier slingert de weg tussen steile rotswanden en langs het helderblauwe rivierwater. Onderweg passeer je La Malène, een karakteristiek dorp midden in de kloof, en het schilderachtige Sainte-Énimie, dat bekendstaat om zijn middeleeuwse straatjes en bijzondere ligging aan de Tarn. De bochten volgen elkaar hier heerlijk op, terwijl de uitzichten telkens veranderen. Vooral de smalle wegen tussen de kalksteenrotsen maken dit traject bijzonder indrukwekkend. Lozère +1 Na Sainte-Énimie rijd je richting Florac, de toegangspoort tot het Nationaal Park Cévennes. Het landschap verandert geleidelijk van diepe kloven naar groene berghellingen, stille bossen en afgelegen valleien. Via Génolhac en Villefort voert de route verder door het bergachtige binnenland. Hier ontdek je de rustige, bochtige wegen waarvoor de Cévennen onder motorrijders zo geliefd zijn. Daarna gaat het via Le Bleymard richting de omgeving van Mont Lozère. Hier maken de dichte bossen plaats voor ruigere berglandschappen, open hoogvlaktes en prachtige vergezichten. Via Le Pont-de-Montvert slingert de route opnieuw door de Cévennen, waarna je richting Meyrueis rijdt. De omgeving wordt weer rotsachtiger en de wegen voeren langs diepe dalen en indrukwekkende berghellingen. Het laatste gedeelte loopt via Le Rozier en La Roque-Sainte-Marguerite terug naar Millau. Een prachtig slot van een route waarin natuur, bochtenwerk en Franse charme voortdurend samenkomen. Een heerlijke motorroute voor wie graag lange dagen in het zadel doorbrengt en onderweg wordt beloond met spectaculaire landschappen.
Gorges de l’Aveyron – Middeleeuwse dorpen en bochtige rivierdalen
Occitanië · 197 km
Ontdek een van de mooiste motorstreken van Zuidwest-Frankrijk tijdens deze afwisselende rondrit door de Gorges de l’Aveyron en het schilderachtige binnenland van Occitanie. Hier vind je smalle, kronkelende wegen, groene heuvels, indrukwekkende kalksteenrotsen en historische dorpjes waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. De route begint in het sfeervolle Saint-Antonin-Noble-Val, prachtig gelegen aan de rivier de Aveyron en omringd door hoge rotswanden. Vanaf hier ontdek je de omgeving van Penne, met zijn indrukwekkende middeleeuwse kasteelruïne, en Bruniquel, waar oude stenen huizen en kastelen boven het landschap uittorenen. Vervolgens voert de rit door het glooiende landschap van de Tarn, langs karakteristieke bastidedorpen als Castelnau-de-Montmiral en Puycelsi. De wegen slingeren hier door bossen, heuvels en open landbouwgebieden, met regelmatig prachtige vergezichten. Via Vaour bereik je de omgeving van Cordes-sur-Ciel, een bijzonder middeleeuws vestingstadje dat hoog boven het omliggende landschap ligt. Met zijn steile straatjes, historische gebouwen en spectaculaire ligging is het een prachtige plek om even van de motor te stappen. Daarna gaat de route noordwaarts richting Najac, een van de meest fotogenieke dorpen van de Aveyron. De indrukwekkende burcht en de oude huizen langs de heuvelrug vormen een schitterend decor. Via Villefranche-de-Rouergue, bekend om zijn historische centrum en grote marktplein, rijd je verder door rustige landelijke gebieden. De terugweg voert via Caylus, met zijn karakteristieke middeleeuwse dorpskern, naar Saint-Antonin-Noble-Val. Een prachtige motorroute voor liefhebbers van bochten, natuur en het authentieke Franse platteland. Niet de grote doorgaande wegen, maar juist de sfeervolle binnenwegen en historische dorpen maken deze rondrit bijzonder. MOTORIDE-oordeel 🏍️ Een heerlijke motorroute door een van de meest karakteristieke streken van Zuidwest-Frankrijk. De combinatie van de Gorges de l’Aveyron, kastelen, oude vestingstadjes en rustige binnenwegen maakt deze rondrit bijzonder aantrekkelijk. Vooral de omgeving van Saint-Antonin-Noble-Val, Bruniquel, Cordes-sur-Ciel en Najac biedt prachtige landschappen en volop mogelijkheden om even te stoppen. Met bijna 200 kilometer is dit een ideale dagtocht waarbij je voldoende tijd overhoudt voor een terrasje, een wandeling door een historisch dorp of een paar mooie foto's onderweg. Een echte aanrader voor motorrijders die genieten van ontspannen bochtenwerk, Franse charme en een afwisselend landschap.
Gorges de la Truyère – Diepe kloven, bergwegen en Franse dorpen
Auvergne-Rhône-Alpes · 278 km
Ontdek het indrukwekkende landschap van de Truyère tijdens deze schitterende motorroute door de Franse departementen Aveyron en Cantal. Vanuit Rodez slingert de route langs spectaculaire kloven, groene valleien, historische dorpjes en bochtige wegen die je telkens weer verrassen met prachtige vergezichten. De rit begint in Rodez en voert richting Bozouls, beroemd om zijn indrukwekkende natuurlijke kloof in de vorm van een hoefijzer. Via Espalion, aan de rivier de Lot, rijd je verder naar het schilderachtige Estaing, waar een imposant kasteel boven de historische dorpskern uittorent. Vervolgens bereik je Entraygues-sur-Truyère, waar de rivieren Lot en Truyère samenkomen. Hier begint een bijzonder mooi deel van de route, met slingerende wegen door diep uitgesneden valleien en langs beboste heuvels. Via Saint-Amans-des-Cots en Mur-de-Barrez trek je verder noordwaarts door het rustige berglandschap. De route voert richting Pierrefort, waar de omgeving steeds ruiger wordt en prachtige bochtencombinaties elkaar afwisselen. Daarna gaat het via Sainte-Geneviève-sur-Argence weer zuidwaarts. Geniet onderweg van het afwisselende landschap met weidse uitzichten, kleine dorpen en stille binnenwegen. Een volgend hoogtepunt is Conques-en-Rouergue, een van de bekendste middeleeuwse dorpen van Frankrijk. De oude stenen huizen, smalle straatjes en indrukwekkende abdijkerk maken dit een prachtige plek om even af te stappen. Via de wijngaardomgeving van Marcillac-Vallon keer je uiteindelijk terug naar Rodez. Een fantastische route voor motorrijders die houden van bochten, hoogteverschillen, cultuur en rustige Franse landwegen. MOTORIDE-oordeel 🏍️ Een bijzonder aantrekkelijke motorroute door een relatief rustig deel van Frankrijk. De combinatie van de Truyère-vallei, het prachtige landschap rond Mur-de-Barrez en de historische dorpen Estaing en Conques zorgt voor een gevarieerde dagtocht. Met bijna 280 kilometer is dit een mooie rit voor een volledige dag. Neem zeker de tijd om onderweg van de uitzichten te genieten, want juist de afwisseling tussen de diepe valleien en de hogere plateaus maakt deze route zo bijzonder. Een echte aanrader voor de toerende motorrijder die graag bochten rijdt en onderweg ook wat Franse cultuur wil meepakken.
Gorges de l’Ardèche – Spectaculaire kloven en bochtige bergwegen
Auvergne-Rhône-Alpes · 263 km
Deze schitterende motorroute voert je door een van de indrukwekkendste landschappen van Zuid-Frankrijk. Vanuit Aubenas ontdek je een afwisselend decor van kronkelende bergwegen, groene valleien, authentieke Franse dorpjes en de spectaculaire kalkstenen kloven van de Ardèche. De rit begint richting Thueyts, een karakteristiek dorp tussen vulkanische berglandschappen. Daarna klim je verder richting Loubaresse, waar smalle wegen en prachtige vergezichten zorgen voor een heerlijk stuk motorrijden. Via de groene omgeving van Valgorge daal je af richting Les Vans, een gezellig plaatsje aan de rand van de zuidelijke Cévennen. Vanaf hier verandert het landschap geleidelijk. De groene bergen maken plaats voor mediterrane heuvels, rotsformaties en de indrukwekkende omgeving van Vallon-Pont-d’Arc. Hier vind je de beroemde Pont d’Arc, een enorme natuurlijke stenen boog over de rivier. Vervolgens rijd je langs de Gorges de l’Ardèche richting Saint-Martin-d’Ardèche. Dit gedeelte is een absoluut hoogtepunt: een spectaculaire kloofweg met talloze bochten, diepe ravijnen en prachtige uitzichtpunten over de kronkelende rivier. Via Bourg-Saint-Andéol voert de route weer noordwaarts richting Villeneuve-de-Berg en het schilderachtige Vogüé, waar oude stenen huizen en een kasteel tegen de rotswand liggen. Daarna keer je terug naar Aubenas, waarmee deze indrukwekkende rondrit wordt afgesloten. Een fantastische route voor motorrijders die houden van bochtige wegen, hoogteverschillen, ruige natuur en typisch Franse dorpen.
Golfe du Morbihan – Kustwegen, Bretonse dorpjes en Atlantische panorama's
Bretagne · 387 km
Ontdek het veelzijdige zuiden van Bretagne tijdens deze indrukwekkende motorroute rond de Golfe du Morbihan. Een schitterende combinatie van kronkelende binnenwegen, middeleeuwse plaatsjes, sfeervolle havens, uitgestrekte zandstranden en spectaculaire uitzichten over de Atlantische Oceaan. De route begint in het historische Vannes, een karaktervolle stad met vakwerkhuizen en oude stadsmuren. Vanuit hier rijd je via Grand-Champ en Saint-Jean-Brévelay het groene Bretonse binnenland in. Rustige landwegen en kleine dorpen voeren je richting Malestroit en het bijzondere Rochefort-en-Terre, bekend om zijn bloemrijke straatjes en historische gevels. Via Questembert en Muzillac bereik je La Roche-Bernard, een schilderachtig plaatsje hoog boven de rivier de Vilaine. Vervolgens gaat de rit richting het schiereiland Rhuys, met Sarzeau, Saint-Gildas-de-Rhuys en Arzon. Hier komen de kust, de kleine havens en de beschutte wateren van de Golfe du Morbihan prachtig samen. Na het schiereiland voert de route weer langs Vannes en verder richting Auray, met zijn sfeervolle oude haven Saint-Goustan. Vervolgens ontdek je Locmariaquer, La Trinité-sur-Mer en Carnac, bekend om zijn indrukwekkende prehistorische steenrijen. Een absoluut hoogtepunt is het schiereiland Quiberon. Hier vind je een prachtig contrast tussen rustige baaien en de ruige Atlantische kust, waar golven tegen de rotsen slaan. Via Étel, Pluvigner en Baud slingert de route opnieuw door het binnenland, waarna je terugkeert naar Vannes. Een heerlijke, lange motorrit voor wie Bretagne op zijn veelzijdigst wil beleven. Van historische dorpjes tot indrukwekkende kusten: deze route biedt bijna voortdurend een ander landschap.
Fontainebleau – Kastelen, bossen en schilderachtige Franse dorpjes
Ile-de-France · 135 km
Ontdek het verrassend afwisselende landschap ten zuiden van Parijs tijdens deze prachtige motorrit door de omgeving van Fontainebleau. Vanuit Melun slingert de route langs historische kastelen, charmante Franse dorpjes, rustige landwegen en uitgestrekte bossen. Al vroeg in de rit kom je langs het indrukwekkende Château de Vaux-le-Vicomte, een van de bekendste kastelen van de streek. Via Le Châtelet-en-Brie en Montereau-Fault-Yonne rijd je verder naar het sfeervolle Moret-sur-Loing, waar oude straatjes en historische gebouwen zorgen voor een typisch Frans decor. Vervolgens voert de route via Lorrez-le-Bocage-Préaux richting Nemours en Ury. Hier wisselen landelijke wegen, bossen en kleine dorpen elkaar af. Het is vooral een ontspannen toerroute waarbij niet de snelheid, maar het genieten van de omgeving centraal staat. Het hoogtepunt is de omgeving van Fontainebleau, bekend om zijn beroemde kasteel en uitgestrekte bosgebied. Ook Barbizon, het kunstenaarsdorp aan de rand van het bos, ligt op het traject. Vanuit hier keer je terug naar Melun, waar de rondrit eindigt. Een heerlijke route voor motorrijders die houden van Franse charme, natuur, cultuur en ontspannen bochtenwerk.
Dag 17 – Col de Bussang naar Red House on the Hill: via Luxemburg naar de Eifel
Grand Est · 460 km
Na alle hoge Alpenpassen van de afgelopen dagen komt de tour vandaag langzaam weer richting het noorden. Maar saai wordt het bepaald nog niet. Vanuit Col de Bussang duiken we eerst nog één keer de Vogezen in en rijden we via de omgeving van Gérardmer richting Lorraine. De bergen worden langzaam lager, de bossen blijven en de wegen blijven voorlopig lekker slingeren. Daarna verandert het landschap steeds verder. Via Lunéville gaat de route noordwaarts richting Metz, waar we de Moezel weer tegenkomen. Vanaf daar steken we door naar Luxemburg. Dat maakt deze etappe juist zo leuk: binnen één dag gaan we van Franse bergwegen naar het glooiende landschap van Luxemburg en uiteindelijk weer een compleet ander gebied in Duitsland. In Luxemburg loopt de GPX langs Luxemburg-Stad en daarna richting Echternach, aan de grens met Duitsland. Echternach ligt aan de Sauer en vormt een mooie overgang naar het volgende deel van de rit: de Eifel. Vanaf hier komen de heuvels en bochten weer steeds nadrukkelijker terug en rijden we door een gebied dat onder motorrijders bepaald geen onbekende is. De finish is vandaag extra leuk gekozen: Red House on the Hill in Barweiler. Dat is een B&B die zich duidelijk op motorrijders richt en op maar een paar minuten rijden van de Nürburgring ligt. Na zo'n 460 kilometer is dit eigenlijk een perfecte plek om de voorlaatste dag af te sluiten: motor neerzetten, spullen afgooien en waarschijnlijk niet lang nadenken over waar dat eerste biertje terechtkomt haha.
Dag 15 – Vizille naar Col de la Madeleine: drie machtige Alpenpassen in één motordag
Provence-Alpes-Côte d'Azur · 200 km
Na de langere etappes van de afgelopen dagen lijkt ongeveer 200 kilometer bijna een rustdag. Maar vergis je niet: vandaag draait werkelijk alles om bergen. Vanuit Vizille rijden we de Franse Alpen in en blijven we daar ook. Geen honderden kilometers verbinding, maar een relatief korte etappe waarin bijna iedere kilometer onderdeel is van het motorfeest. Vanuit Vizille volgen we de Romanchevallei richting Bourg-d’Oisans en daarna begint de echte klim. De D1091 voert steeds verder omhoog door een landschap dat met iedere kilometer ruiger wordt, tot we aankomen op de Col du Lautaret. Die ligt op 2.058 meter en vormt de bekende verbinding tussen de Romanchevallei en Briançon. Vanaf hier zitten we echt tussen de hoge toppen en begint het mooiste gedeelte van de dag pas. Vanaf de Lautaret draaien we namelijk de Col du Galibier op. Dit is zo’n naam die eigenlijk geen uitleg nodig heeft als je van bergwegen houdt. De weg klimt door een steeds kaler hooggebergte naar ruim 2.600 meter, waarna de afdaling richting Valloire begint. Bochten, uitzicht, rotswanden en dat typische gevoel dat je bijna boven op de Alpen rijdt — vandaag krijg je het allemaal achter elkaar. Via Valloire zakken we vervolgens de Maurienne-vallei in en rijden we verder richting Saint-Jean-de-Maurienne en La Chambre. Maar daar is de dag nog lang niet klaar. Vanuit La Chambre begint namelijk de laatste grote klim naar de Col de la Madeleine. Vanaf deze kant is de klim bijna twintig kilometer lang en loopt hij gemiddeld rond de acht procent omhoog. Uiteindelijk staat de motor boven op de pas op ongeveer 2.000 meter hoogte, met uitzicht over de massieven van de Vanoise en de Lauzière. En daar eindigt Dag 15. Niet bij een hotel in een stad, niet aan een boulevard, maar gewoon boven op een Alpenpas. Na Lautaret en Galibier krijg je de Madeleine als finale. Slechts 200 kilometer op papier, maar ik durf wel te zeggen dat je aan het einde van deze dag méér gereden hebt dan op sommige etappes van 500 kilometer haha.
Dag 14 – Monaco naar Vizille: van de Côte d’Azur via de Verdon terug de Alpen in
Provence-Alpes-Côte d'Azur · 390 km
Na een avond tussen de jachten en sportwagens van Monaco draaien we vandaag de bergen weer in. De Middellandse Zee blijft eerst nog even dichtbij, maar via de omgeving van Nice verdwijnen de drukte en bebouwing al snel achter ons. Het landschap wordt ruiger, de wegen smaller en voor je het weet zit je weer midden in het Zuid-Franse binnenland. Dit is meteen zo’n dag waarop je merkt dat je nauwelijks kilometers hoeft te wachten voordat het sturen weer begint. Het absolute hoogtepunt komt al behoorlijk vroeg: de route duikt richting de Gorges du Verdon en loopt langs onder meer Trigance en Aiguines. Hier zit je midden in een van de spectaculairste canyonlandschappen van Frankrijk. De officiële toeristische route rond de Verdon voert juist via deze dorpen langs de Corniche Sublime, met uitzichtpunten over de turquoise rivier, het Lac de Sainte-Croix en de enorme kalkstenen rotswanden. De wegen zijn hier berucht — of eigenlijk beroemd — om hun bochten. Na de Verdon trekken we verder noordwaarts richting Sisteron. En dat is weer zo’n plaats die je van verre al ziet aankomen: de citadel ligt hoog op een rots boven de Durance en domineert de hele omgeving. Vanuit Sisteron gaat het verder via Laragne en Veynes, waarna het landschap steeds alpiener wordt. De wegen worden rustiger, de bergen hoger en langzaam schuiven we richting het gebied rond La Mure. Dit noordelijke stuk raakt aan de historische Route Napoléon, de route waarmee Napoleon in 1815 vanuit de Côte d’Azur richting Grenoble trok. De finish ligt in Vizille, net ten zuiden van Grenoble. Een mooie plek om deze dag af te sluiten, want Vizille ligt letterlijk aan de poort van de Alpen. Het plaatsje is vooral bekend om het Château de Vizille en speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van de Franse Revolutie. Na bijna 400 kilometer met Verdon, Sisteron en steeds hogere bergen is dit zo’n etappe die veel langer aanvoelt dan de afstand doet vermoeden — maar dan wel op de goede manier haha.
Dag 13 – Brug van Millau naar Monaco: van het ruige binnenland naar de Côte d’Azur
Provence-Alpes-Côte d'Azur · 574 km
Na de Pyreneeën en de spectaculaire finish bij de Brug van Millau zetten we vandaag koers naar het zuidoosten. We laten het Massif Central achter ons en beginnen aan een lange afdaling richting de Middellandse Zee. De eerste kilometers gaan nog door dat typische Zuid-Franse binnenland: rotsachtige heuvels, droge plateaus en wegen die zich door het landschap slingeren. Maar hoe verder we naar het zuiden rijden, hoe meer de omgeving langzaam van karakter verandert. Via de Languedoc trekken we richting Arles en de Camargue. Hier wordt het landschap ineens bijna vlak en enorm open. Water, rietvelden en uitgestrekte vlaktes nemen het over van de bergen waar we ’s morgens nog tussen reden. De Camargue ligt in de Rhône-delta en staat juist bekend om dat gevoel van ruimte, wilde natuur en compleet andere sfeer dan de rest van Provence. Daarna draait de route weer het binnenland in. Via Aix-en-Provence rijden we door de Provence en het achterland van de Var richting de Côte d’Azur. En daar wordt het rijden weer steeds leuker. Heuvels, bossen, Provençaalse dorpjes en kronkelwegen brengen je langzaam richting Cannes en Nice. De regio Provence-Alpes-Côte d’Azur promoot juist deze combinatie van Provence, achterland en Côte d’Azur als ideaal terrein voor motorroutes. En dan komt de finale. De Middellandse Zee verschijnt steeds vaker tussen de heuvels door en uiteindelijk rijden we Monaco binnen. Na bijna 575 kilometer eindig je ineens tussen tunnels, hoge gebouwen, sportwagens en de jachten van Port Hercule. Het contrast met de ochtend kan bijna niet groter zijn: eerst onder dat gigantische viaduct bij Millau, ’s avonds de motor neerzetten in Monaco. Dat is nou precies waarom zo’n enorme Europa Tour zo gaaf is.
Dag 4 – Oradour-sur-Glane naar San Sebastián: van het Franse binnenland naar Baskenland
Nieuw-Aquitanië · 575 km
Na de indrukwekkende afsluiting van gisteren stappen we vandaag weer op voor een compleet ander soort dag. Vanaf Oradour-sur-Glane zak je verder af door het zuidwesten van Frankrijk. Met zo’n 440 kilometer voor de boeg is het weer een behoorlijke etappe, maar wel eentje waarop je echt merkt dat deze enorme Europa Tour steeds verder van huis begint te raken. In het eerste deel van de rit rijd je door het rustige Franse binnenland richting Bordeaux en daarna steeds verder naar het zuiden. Het landschap wordt onderweg opener en eenmaal in Les Landes krijg je die typische lange wegen tussen enorme dennenbossen. Niet het meest technische stuk van de tour, maar juist heerlijk om kilometers te maken. En ergens onderweg begint dat gevoel te komen: de Pyreneeën en Spanje komen nu écht dichtbij. Hoe verder je richting Bayonne en de Frans-Baskische kust rijdt, hoe meer het landschap verandert. De vlakke bossen maken plaats voor groene heuvels en uiteindelijk verschijnen de eerste uitlopers van de Pyreneeën. Hier wordt het voor de motorrijder ineens weer een stuk interessanter. De wegen worden speelser, het landschap ruiger en alles voelt meteen anders dan het Frankrijk waar we de afgelopen dagen doorheen reden. De overgang tussen de Landes en Baskenland is eigenlijk al een voorproefje van wat de komende dagen gaat komen. En dan steken we voor het eerst tijdens deze tour de grens met Spanje over en eindigen we in San Sebastián – Donostia. Dat is bepaald geen verkeerde plek om de motor neer te zetten. De beroemde baai van La Concha, de heuvels rondom de stad en vooral de oude binnenstad vol kleine straatjes en pintxobars maken dit zo’n bestemming waar je eigenlijk nog even niet naar je hotel wilt. De officiële toeristische dienst noemt La Concha niet voor niets hét bekende stadsbeeld van San Sebastián, terwijl de Parte Vieja het kloppende hart van de stad is. Na vier dagen hebben we dan al behoorlijk wat meegemaakt: van Nederland naar de D-Day-kust, Mont-Saint-Michel, Oradour-sur-Glane en nu ineens met de motor aan de Spaanse noordkust. En vanaf hier begint voor mijn gevoel het echte motorfeest pas goed, want de Picos de Europa komen eraan. 😁
Dag 3 – Mont-Saint-Michel naar Oradour-sur-Glane: van wereldberoemd monument naar een plek die stil maakt
Pays de la Loire · 424 km
Na Mont-Saint-Michel laten we vandaag de kust achter ons en trekken we echt Frankrijk in. De route wordt langer dan gisteren, maar met ruim 400 kilometer blijft het een prima reisdag. Vooral omdat het landschap onderweg steeds verandert en je naarmate je verder naar het zuiden rijdt steeds verder weg raakt van het drukke toeristische Frankrijk. In de eerste uren rijd je nog door het groene westen van het land, met landbouwgrond, kleine plaatsen en lange stukken waar je gewoon lekker kilometers kunt maken. Verder richting het binnenland wordt het rustiger en glooiender. Dit is geen dag vol spectaculaire bergpassen of haarspeldbochten, maar meer zo’n mooie echte Europa Tour-dag: rijden, landschap zien veranderen en langzaam het gevoel krijgen dat je alweer in een compleet ander deel van Frankrijk bent beland. Aan het einde van de rit wacht Oradour-sur-Glane. En dat is een bestemming van een totaal andere orde dan Mont-Saint-Michel. Op 10 juni 1944 werd het dorp door een eenheid van de Waffen-SS verwoest en werd de bevolking vermoord. De ruïnes van het oude dorp zijn daarna bewust bewaard gebleven als plaats van herinnering en zijn nog altijd te bezoeken. Juist daardoor krijgt deze dag een bijzondere lading. Je begint bij één van de bekendste en mooiste monumenten van Frankrijk en eindigt op een plek die totaal niet draait om schoonheid, maar om herinneren. Na ruim 400 kilometer zet je hier waarschijnlijk niet je motor neer met het gevoel van “wat een mooie dag”, maar eerder met het idee dat sommige plekken tijdens zo’n reis gewoon bezocht móéten worden.
Dag 2 – Omaha Beach naar Mont-Saint-Michel: van D-Day naar een Frans icoon
Normandië · 183 km
Na de bijna 800 kilometer van gisteren voelt deze dag haast als vakantie. Vanaf Omaha Beach trek je verder door West-Normandië, en het tempo verandert meteen. Geen eindeloze reisdag meer, maar juist tijd om het landschap een beetje binnen te laten komen. De route voert door het Normandische binnenland, met precies die afwisseling waar deze streek zo sterk in is: kleine dorpen, smalle wegen tussen hoge hagen, groene heuvels en stukken bocage waar het asfalt als een lint doorheen loopt. Onderweg zit je nog midden in het gebied dat sterk verbonden is met D-Day, maar hoe verder je richting het zuidwesten rijdt, hoe meer de sfeer verandert van oorlogsgeschiedenis naar typisch Frans platteland. Normandië Toerisme beschrijft juist deze verbinding tussen de D-Day-kust en Mont-Saint-Michel als een tocht door bocage, moerassen en rustige landelijke wegen. En dan komt uiteindelijk dat moment waarop je hem voor het eerst in de verte ziet liggen: Mont-Saint-Michel. Zo’n plek waarvan je honderd foto’s kunt hebben gezien en die in het echt tóch indrukwekkender blijkt. De abdij en het oude ommuurde dorp steken hoog boven de baai uit en vormen een van de bekendste beelden van Frankrijk. Met iets meer dan 180 kilometer is dit precies het tegenovergestelde van Dag 1. Je hebt tijd om ergens koffie te pakken, rustig door Normandië te sturen en eventueel onderweg nog even te stoppen zonder meteen naar de klok te kijken. En eerlijk: na gisteren heb je dat ook wel verdiend haha.
Dag 1 – HHW naar Omaha Beach: van thuisbasis naar D-Day-kust
Hauts-de-France · 791 km
De eerste dag van deze enorme Spanje-reis begint meteen serieus. Vanuit Heerhugowaard zet je koers naar het zuiden en laat je Nederland langzaam achter je. Dit is geen dag waarop je iedere twintig kilometer stil gaat staan voor een uitzichtpunt; vandaag moet er gewoon afstand gemaakt worden. Via België trek je Frankrijk in en naarmate de dag vordert verandert het landschap langzaam. De drukke noordelijke corridors maken plaats voor rustiger Frans binnenland, bredere vergezichten en uiteindelijk steeds meer dat typische Normandische landschap met glooiende akkers, hagen en kleine dorpen. En dan komt aan het einde van zo’n lange reisdag ineens Omaha Beach in beeld. Dat maakt deze eerste etappe meteen bijzonder. Niet omdat de weg ernaartoe technisch spectaculair is, maar omdat de bestemming dat wel is. Omaha Beach is één van de bekendste landingsstranden van D-Day en langs de kust vind je nog altijd monumenten, musea en herinneringen aan 6 juni 1944. De kustweg zelf geeft je bovendien meteen dat gevoel dat je echt onderweg bent: zee aan de ene kant, geschiedenis overal om je heen en de motor na bijna 800 kilometer eindelijk uit kunnen zetten. Dit is vooral een dag om goed te plannen. Vroeg vertrekken, niet te lang treuzelen onderweg en zorgen dat je voldoende pauzes neemt. Bijna 800 kilometer op één dag is geen kattenpis, ook niet als een groot deel relatief vlot doorrijdt. Maar als je ’s avonds bij Omaha Beach staat, voelt het wel alsof de reis echt begonnen is.
Yonne – Côte des Bar: van Bourgondische wijn naar Champagne
Grand Est · 405 km
Deze route begint in het glooiende landschap van de Yonne en trekt je al snel weg van de grotere wegen. Hier draait het om die typisch Franse binnenwegen waar je lekker in een ritme komt: dorpje uit, paar mooie bochten, stukje bos, weer een open stuk en dan ineens rijd je tussen de wijnranken. In de Yonne kom je door een streek waar wijn en landschap echt bij elkaar horen. Rond Auxerre, Chablis en de omliggende dorpen liggen de wijngaarden tegen de heuvels en lopen de wegen er mooi tussendoor. Het is geen gebied met extreme hoogteverschillen, maar juist dat constante op en neer maakt het op de motor zo leuk. Yonne Tourisme noemt dit gebied zelf ook expliciet geschikt om per motor te ontdekken. Verder naar het noordoosten verandert het karakter van de rit. Je rijdt de Côte des Bar in, het zuidelijkste champagnegebied van de Champagne. Hier liggen de wijnhellingen rond onder andere Bar-sur-Seine en Bar-sur-Aube en kronkelen de wegen tussen kleine wijnplaatsen en heuvels door. De Côte des Bar staat vooral bekend om Pinot Noir en vormt een heel ander decor dan de Bourgondische wijngaarden waar je eerder doorheen reed. Het leuke van deze rit is dat hij niet alleen maar uit wijnland bestaat. Tussendoor krijg je ook langere bosstukken, open landbouwgebied en rustige dorpen waar nauwelijks verkeer lijkt te komen. Een vergelijkbare motorroute door dit gebied wordt juist geroemd om de secundaire wegen die weinig worden gebruikt en lekker bochtig zijn. Met ruim 400 kilometer is dit geen klein rondje om even na de lunch te doen. Dit is gewoon een volle motordag. Maar wel eentje met genoeg afwisseling om hem interessant te houden tot je weer terug bent bij het vertrekpunt.
Frans-Vlaanderen & Westhoek – van Lille naar de kust en terug
Hauts-de-France · 195 km
Vanuit Lille rij je al vrij snel de drukte uit en begint een rit die veel afwisselender is dan je misschien van deze streek verwacht. Eerst richting Armentières en Bailleul, daarna steeds verder Frans-Vlaanderen in, waar kleine wegen, open landbouwgebied en oude dorpen elkaar afwisselen. Rond Boeschepe, Godewaersvelde en Steenvoorde begint het landschap wat meer te golven. Geen bergen natuurlijk, maar wel genoeg hoogteverschil om de route leuk te houden. Cassel is één van de mooiste punten onderweg. Het stadje ligt hoog boven het vlakke Vlaamse land en de oude straatjes en vergezichten geven de rit ineens een heel ander karakter. Daarna trekt de route verder noordwaarts richting Bergues en Dunkerque. Bergues is bekend om zijn oude vestingwerken en stadsmuren, terwijl je rond Dunkerque even dicht bij de kust zit voordat de route weer landinwaarts draait. Via Hondschoote steek je vervolgens België in richting Poperinge en Ieper. Dat is meteen weer een totaal ander stuk: lange lijnen door het Vlaamse landschap, kleine dorpen en veel geschiedenis onderweg. Rond Kemmel komt er weer wat meer hoogteverschil in en de Kemmelberg zorgt zelfs voor een paar serieus steile stukken. Daarna gaat het via Wervicq-Sud terug richting Lille. Uiteindelijk is dit vooral een fijne dagroute omdat hij zoveel verschillende kanten laat zien: Frans-Vlaanderen, kuststreek, Belgische Westhoek en weer terug naar Lille. Geen technisch zware rit, maar wel eentje waarbij je de hele dag genoeg te zien en te rijden hebt. Afstand: ca. 195 km
Eure – langs rivierdalen, bossen en Normandische dorpen
Normandië · 185 km
Deze rit door de Eure is typisch zo’n route die niet schreeuwt om aandacht, maar onderweg steeds leuker wordt. Geen hoge bergen of spectaculaire passen, maar een mooi ritme van rustige binnenwegen, groene valleien, bosstukken en kleine Normandische dorpen waar je vanzelf wat gas terugneemt om even om je heen te kijken. Het landschap wordt hier sterk bepaald door rivieren als de Eure en de Iton. Daardoor rij je regelmatig door dalen waar het groen dicht tegen de weg aan staat, om even later weer boven op een opener plateau uit te komen. In deze streek wisselen bossen, kalkhellingen, landbouwgebied en water elkaar voortdurend af. Dat maakt de route verrassend afwisselend zonder dat hij technisch zwaar wordt. Onderweg krijg je precies dat klassieke Normandië-gevoel: vakwerkhuizen, oude dorpen, smalle wegen tussen hagen en hier en daar een château of kerktoren boven het landschap uit. Eure staat ook bekend om plaatsen als Le Bec-Hellouin en Lyons-la-Forêt, allebei mooie voorbeelden van hoe karaktervol deze streek kan zijn. Met ruim 185 kilometer is dit een fijne dagrit waarbij je genoeg kilometers maakt om echt onderweg te zijn, maar ook tijd overhoudt voor een koffie, lunch of gewoon even stoppen bij een mooi uitzicht. Geen haastwerk, gewoon lekker sturen door een rustig stuk Frankrijk.
Étampes – door het rustige zuiden van de Essonne
Ile-de-France · 190 km
Vanuit Étampes laat je de drukkere wegen vrij snel achter je en kom je terecht in dat typische Franse binnenland waar motorrijden vooral ontspannen wordt. Geen grote toeristische trekpleisters om de paar kilometer, maar rustige wegen, akkers, kleine dorpen en af en toe een bosstrook waar de temperatuur meteen een paar graden lijkt te zakken. De route slingert door het gebied van Sud Essonne en het Gâtinais, een streek die veel opener aanvoelt dan je misschien verwacht zo dicht onder Parijs. Lange vergezichten over landbouwgrond worden afgewisseld met smallere stukken door groenere valleien en bosgebied. Vooral rond de Juine en de kleinere waterlopen verandert het landschap regelmatig, waardoor de rit nergens echt eentonig wordt. Dit is ook zo’n route waarbij je niet constant hoeft te werken. De wegen zijn over het algemeen overzichtelijk en het tempo kan lekker vloeiend blijven. Daardoor is dit een fijne rit voor een dag waarop je vooral kilometers wilt maken, onderweg ergens een terras wilt pakken en zonder stress weer in Étampes wilt eindigen. Met ongeveer 190 kilometer is hij bovendien precies lang genoeg om er een serieuze rit van te maken zonder dat het een uitputtingsslag wordt.
Épinal – door het hart van de Vogezen
Grand Est · 275 km
Vanuit Épinal zit je vrij snel buiten de drukte en begint precies het soort landschap waarvoor je hier komt: lange stukken door het bos, glooiende heuvels en wegen die bijna nergens echt lang rechtdoor lopen. De Vogezen zijn wat dat betreft ideaal motorgebied. Niet zo extreem als de Alpen, maar wel de hele dag sturen. De route pakt een flinke lus door het gebied rond Épinal en komt daarbij door het typische decor van de streek: naaldbossen, kleine dorpen, open bergweides en regelmatig mooie vergezichten over de heuvels. Je klimt, daalt en draait voortdurend zonder dat het meteen technisch zwaar wordt. Daardoor kun je lekker in een ritme komen en gewoon kilometers maken. Richting het hogere deel van de Vogezen wordt het landschap ruiger. In deze streek liggen bekende plekken als Gérardmer en de Col de la Schlucht, met bergmeren, steile beboste hellingen en wegen die tegen de flanken van het massief zijn aangelegd. De regio rond Épinal vormt daar een mooie toegang toe. Met ongeveer 275 kilometer is dit wel echt een volle dagrit. Niet eentje waarbij je na de lunch alweer terug bij het hotel staat, maar een route waar je lekker een paar uur voor uittrekt en onderweg gewoon af en toe ergens koffie pakt.
Diois & Baronnies – van Nyons via Col de Cabre door het ruige binnenland
Auvergne-Rhône-Alpes · 273 km
Diois & Baronnies – van Nyons via Col de Cabre door het ruige binnenland Deze ronde begint en eindigt in Nyons en is ongeveer 273 kilometer lang. Vanuit Nyons gaat de route via Dieulefit, Bourdeaux, Saillans, La Motte-Chalancon, Luc-en-Diois, Col de Cabre, Aspres-sur-Buëch, Serres, Rosans en Rémuzat weer terug richting het beginpunt. Nyons is meteen een fijne plek om te vertrekken. Je zit hier al midden in het landschap van de Drôme Provençale, met olijfbomen, warme stenen dorpen en heuvels waar de wegen zich mooi doorheen kronkelen. Vanuit Nyons rij je noordwaarts richting Dieulefit. Het landschap wordt langzaam groener en de wegen smaller. Geen enorme bergpassen, maar wel continu sturen. Dit zijn van die Franse binnenwegen waar je haast vanzelf in een lekker ritme terechtkomt. Na Dieulefit gaat het verder richting Bourdeaux. De omgeving wordt hier duidelijk ruiger en bergachtiger. Kleine dorpen liggen verscholen tussen heuvels en kalkrotsen en het verkeer is meestal heerlijk rustig. Via Saillans komt de route in het gebied van de Diois. Hier krijg je een mooie mix van rivierdal, bergen en wijngaarden. Het voelt hier alweer een stuk alpiener dan rond Nyons, maar zonder dat je meteen op extreme hoogte rijdt. Daarna draait de route naar La Motte-Chalancon. Dit is zo’n stuk waar de weg zelf eigenlijk het hoogtepunt is. Veel bochten, smalle dalen en steeds wisselende uitzichten. Geen drukke toeristische boulevard, gewoon rijden. Via Luc-en-Diois klim je vervolgens richting Col de Cabre. Deze pas vormt een natuurlijke verbinding tussen de Drôme en de Hautes-Alpes en is een van de duidelijkere bergmomenten van de dag. De weg slingert omhoog door bos en rotsachtig terrein en geeft de rit precies genoeg bergkarakter zonder dat het meteen een technische Alpenetappe wordt. Na de Col de Cabre daal je af richting Aspres-sur-Buëch en vervolgens naar Serres. Vanaf hier verandert het landschap opnieuw. De valleien worden wat breder, het licht wordt zuidelijker en je merkt dat je steeds verder richting de Baronnies rijdt. Via Rosans kom je uiteindelijk bij Rémuzat, midden in een indrukwekkend gebied van kalkrotsen, diepe valleien en kale berghellingen. Dit is misschien wel een van de mooiste stukken van de hele route. De omgeving voelt hier ruig en open, en de wegen blijven lekker bochtig. Vanaf Rémuzat gaat het laatste stuk weer richting Nyons. Langzaam verschijnen de olijfbomen en het Provençaalse landschap weer en daarmee is de cirkel rond. Wat deze route sterk maakt, is niet één beroemd hoogtepunt. Het is de hele dag door gewoon goed. Rustige wegen, veel bochten, bergen zonder massatoerisme en steeds weer andere landschappen. Je hebt hier niet het spektakel van de hoogste Alpenpassen nodig om een geweldige motordag te hebben. Soms is 270 kilometer Zuid-Frankrijk gewoon meer dan genoeg.
Côte d’Opale – kliffen, kustwegen en Franse badplaatsen
Hauts-de-France · 195 km
Deze ronde begint en eindigt in Calais en is ongeveer 195 km lang. De GPX loopt via Cap Blanc-Nez, Wissant, Cap Gris-Nez, Wimereux, Boulogne-sur-Mer, Hardelot-Plage, Étaples, Le Touquet-Paris-Plage, Montreuil, Samer, Desvres, Guînes en Ardres voordat je weer terugkomt in Calais. Vanuit Calais zit je eigenlijk verrassend snel midden in het landschap waarvoor de Côte d’Opale bekendstaat. De eerste grote blikvanger is Cap Blanc-Nez. Hoge witte krijtrotsen, grasland erboven en bij helder weer uitzicht tot aan de Engelse kust. De kliffen lopen hier op tot ongeveer 134 meter en vormen samen met Cap Gris-Nez het bekende Grand Site des Deux Caps. Daarna gaat het via Wissant richting Cap Gris-Nez. Dit is misschien wel het lekkerste stuk voor de motor. De D940 slingert langs glooiende heuvels met steeds weer uitzicht op zee. Niet extreem technisch, maar precies zo’n weg waar je vanzelf lekker in je ritme komt. Vanaf Cap Gris-Nez gaat het zuidwaarts richting Wimereux en Boulogne-sur-Mer. Wimereux heeft nog dat ouderwetse Franse badplaatsgevoel, terwijl Boulogne meteen een stuk stedelijker aanvoelt. Toch blijft de kust nooit ver weg. Na Boulogne pak je weer kleinere wegen richting Hardelot-Plage en verder naar Étaples. Hier verandert het landschap langzaam van ruige kliffen naar bredere stranden, duinen en kustbossen. Dan volgt Le Touquet-Paris-Plage. Dit is duidelijk de chiquere kant van de Côte d’Opale. Brede lanen, villa’s, strand, boulevard en dat typische Franse badplaatsgevoel waarbij je half verwacht dat iedereen ineens met een linnen jasje en zonnebril rondloopt. Vanaf Le Touquet verlaat je de kust en trek je richting Montreuil. Daarmee verandert de route opnieuw. Geen zee meer naast je, maar landelijk Noord-Frankrijk met rustige D-wegen en kleine dorpen. Via Samer en Desvres kom je weer in het groene Boulonnais terecht. Daarna gaat het verder via Guînes en Ardres richting Calais. Dit laatste gedeelte is wat rustiger en vormt een fijne afsluiting na het drukkere kustdeel. Wat deze route vooral leuk maakt, is dat hij in nog geen 200 kilometer toch behoorlijk veel afwisseling pakt. Eerst de grote witte kliffen en zeezichten, daarna badplaatsen en stranden, vervolgens het rustige binnenland en uiteindelijk weer terug naar Calais. Geen marathonrit. Wel een route waarbij je onderweg meerdere keren denkt: “Hier kunnen we eigenlijk best even stoppen.” En dat is bij een kustroute meestal precies de bedoeling.
Cotentin – van D-Day-historie naar ruige kapen en vissershavens
Normandië · 240 km
Cotentin – van D-Day-historie naar ruige kapen en vissershavens Deze ronde begint en eindigt in Carentan en is ongeveer 240 kilometer lang. Vanuit het zuiden van het schiereiland trek je eerst richting Sainte-Mère-Église, waarna de route via Montebourg en Valognes naar de oostkust loopt. Daarna volgen Saint-Vaast-la-Hougue, Barfleur, Cherbourg, de ruige westpunt bij La Hague en uiteindelijk de westkust terug richting Carentan. De GPX pakt daarbij onder andere Sainte-Mère-Église, Montebourg, Valognes, Quettehou, Saint-Vaast-la-Hougue, Barfleur, Cherbourg-en-Cotentin, Beaumont-Hague, Auderville, Jobourg, Les Pieux, Barneville-Carteret, Portbail, La Haye-du-Puits en Saint-Sauveur-le-Vicomte mee. Vanuit Carentan rij je vrijwel meteen een gebied binnen waar de geschiedenis nooit ver weg is. De eerste grote stop is Sainte-Mère-Église, bekend als een van de eerste Franse plaatsen die tijdens D-Day werden bevrijd. Zelfs als je normaal gesproken niet iedere historische plek afvinkt, is dit er wel eentje waar je even beseft waar je rijdt. Daarna gaat de route via Montebourg en Valognes verder naar het noordoosten. Het landschap is hier typisch Normandisch: hagen, kleine landbouwwegen, dorpen van natuursteen en veel groen. Geen spectaculaire bergpassen, maar wel van die wegen waar je lekker in een ritme komt. Bij Quettehou en Saint-Vaast-la-Hougue bereik je de kust. Vanaf hier begint de route steeds meer zeelucht te krijgen. Saint-Vaast is een mooie havenplaats en daarna gaat het verder richting Barfleur, een van de meest karakteristieke vissersdorpen van de Cotentin. Granieten huizen, vissersboten en een haven die eruitziet alsof hij speciaal voor ansichtkaarten is aangelegd. Barfleur behoort bovendien tot de officieel erkende Plus Beaux Villages de France. Vanaf Barfleur trek je weer westwaarts via Saint-Pierre-Église richting Cherbourg-en-Cotentin. Cherbourg is de grootste plaats van de dag en dus even een ander verhaal dan de stille kustdorpen. Maar zodra je de stad weer achter je laat, wordt het landschap snel ruiger. Dan komt het gedeelte waarvoor deze route wat mij betreft echt interessant wordt. La Hague. Via Beaumont-Hague rij je richting Auderville en Jobourg, helemaal aan de noordwestelijke punt van het schiereiland. Hier voelt Normandië ineens bijna een beetje Iers: open heide, rotsen, wind en steile kliffen. Niet toevallig wordt La Hague ook wel met Ierland vergeleken vanwege dat wilde landschap. Bij Goury/Auderville staat de bekende vuurtoren in zee, vlak bij een van de sterkste zeestromingen van Europa. Op een rustige dag ziet het er prachtig uit; bij slecht weer moet het hier compleet losgaan. Een stukje verder ligt Nez de Jobourg. De kliffen lopen hier op tot ongeveer 128 meter en behoren tot de hoogste van deze streek. Dit is er eentje om de motor even neer te zetten en naar de rand te lopen. Niet om stoer op de foto te gaan staan met je tenen over de rand trouwens. Gewoon normaal doen. 😂 Na Jobourg buigt de route zuidwaarts. Via Les Pieux rij je richting Barneville-Carteret en daarmee krijg je opnieuw een ander stuk Cotentin. De westkust is opener, met stranden, duinen en zicht richting de Kanaaleilanden als het weer meewerkt. Daarna volgen Portbail en La Haye-du-Puits. De kust verdwijnt langzaam weer achter je en via Saint-Sauveur-le-Vicomte trek je terug het binnenland in. Hier wordt het allemaal weer wat rustiger: landbouwgebied, kleine dorpen en dat typische Normandische bocagelandschap. De laatste kilometers brengen je weer terug naar Carentan. En daarmee heb je eigenlijk in één dag een mooi rondje door bijna heel de Cotentin gemaakt: D-Day-geschiedenis in het oosten, vissershavens aan de noordkust, Cherbourg, de spectaculaire kapen van La Hague en daarna weer via de westkust naar beneden. Niet de route waarop je records gaat breken. Wel eentje waarbij je onderweg waarschijnlijk vaker denkt: “Nou ja… hier moeten we eigenlijk ook even stoppen.” En dat is meestal een goed teken.
Côte d’Émeraude – van Dinan naar Cap Fréhel, Saint-Malo en Cancale
Bretagne · 219 km
Côte d’Émeraude – van Dinan naar Cap Fréhel, Saint-Malo en Cancale Deze ronde begint en eindigt in Dinan en pakt in iets meer dan 200 kilometer een flink stuk van de mooiste kust van Noord-Bretagne mee. De GPX loopt via onder andere Lamballe, Matignon, Cap Fréhel, Fort la Latte, Saint-Cast-le-Guildo, Saint-Jacut-de-la-Mer, Dinard, Saint-Malo, Cancale, Le Vivier-sur-Mer en Dol-de-Bretagne voordat je weer terugkomt in Dinan. Dinan is eigenlijk al een mooie plek om te beginnen. De oude vestingstad ligt hoog boven de Rance en heeft nog kilometers aan stadsmuren, oude vakwerkhuizen en die typische steile straten richting de haven. Je zou hier al makkelijk een halve dag kunnen blijven hangen, maar vandaag is de motor belangrijker. Vanuit Dinan trek je eerst westwaarts richting Lamballe en daarna weer naar het noorden, richting de kust bij Matignon. Vanaf hier begint de route echt karakter te krijgen. De wegen worden kleiner, de zee komt dichterbij en je merkt dat je langzaam de Côte d’Émeraude in rijdt. Het eerste grote hoogtepunt is Cap Fréhel. De kliffen steken hier hoog boven zee uit en het landschap is open en ruig. Geen subtiel uitzichtje tussen wat bomen door, maar gewoon zee, wind en rotsen. Dit is zo’n plek waar je vanzelf even stopt. Niet omdat je moe bent, maar omdat het zonde zou zijn om zomaar door te rijden. Niet veel verder ligt Fort la Latte, een middeleeuws kasteel boven op de rotsen. Het ligt bijna belachelijk mooi boven zee en vormt samen met Cap Fréhel een van de mooiste stukken van deze hele route. Daarna gaat het verder via Saint-Cast-le-Guildo en Saint-Jacut-de-la-Mer. Hier wordt het rijden weer wat rustiger en krijg je afwisselend kleine kustwegen, strandjes, dorpjes en stukken waar de zee ineens weer tussen de huizen verschijnt. Saint-Cast heeft een lange kustlijn met meerdere stranden en een grote jachthaven, dus ook hier is stoppen absoluut geen straf. Via Ploubalay en Saint-Briac-sur-Mer kom je bij Dinard. Dinard voelt duidelijk chiquer dan veel van de kleinere kustplaatsen onderweg. Grote oude villa’s, stranden en dat typische Belle Époque-karakter geven de plaats iets heel anders dan het ruige Cap Fréhel van een paar uur eerder. En dan volgt Saint-Malo. De oude ommuurde stad ligt pal aan zee en is een van de bekendste plaatsen van Bretagne. Grote stenen muren, stranden er direct tegenaan en uitzicht over het Kanaal. Het is toeristisch, ja. Maar soms is iets toeristisch omdat het gewoon echt mooi is. En dit is daar zo eentje van. Na Saint-Malo trekt de route verder richting Cancale. Hier zit je midden in een streek die bekendstaat om zeevruchten en oesters, en het uitzicht over de Baai van Mont-Saint-Michel maakt dit deel weer compleet anders dan het begin van de dag. Via Le Vivier-sur-Mer gaat het daarna het binnenland weer in richting Dol-de-Bretagne. De kust verdwijnt langzaam achter je en de laatste kilometers brengen je via rustige Bretonse wegen terug naar Dinan. Deze route draait niet om snelheid of extreme techniek. Het is vooral een dag vol afwisseling: oude vestingsteden, kleine kustwegen, kliffen, kastelen, vissersplaatsen en steeds weer die zee. En eerlijk gezegd is dat precies waarom Bretagne zo lekker motorrijden is. Je hoeft er geen Alpentop voor op. Je kijkt gewoon de hele dag je ogen uit.
Cornouaille – ruige Bretonse kust, vissershavens en Pointe du Raz
Bretagne · 324 km
Cornouaille – ruige Bretonse kust, vissershavens en Pointe du Raz Vanuit Quimper trek je meteen het echte Bretagne in. Geen bergen, geen Alpenpassen en ook geen wegen waar je knieën van gaan trillen, maar wel iets anders waar motorrijders minstens zo blij van worden: rustige D-wegen, kustlijnen, kleine dorpen en dat typische Bretonse landschap waar het weer en de Atlantische Oceaan altijd ergens in de buurt lijken te zijn. Al vroeg in de route kom je bij Locronan. Zo’n dorp waar je eigenlijk automatisch even gas terugneemt. Granieten huizen, oude straatjes en nauwelijks iets dat modern oogt. Het voelt alsof iemand het dorp ooit heeft neergezet en daarna besloten heeft er vooral vanaf te blijven. Daarna trekt de route richting Châteaulin en Le Faou, waarna het schiereiland Crozon begint. En daar wordt deze rit echt mooi. De weg slingert door heuvelachtig kustgebied richting Crozon, Camaret-sur-Mer en Morgat. Hier krijg je precies waar Bretagne goed in is: smalle wegen, uitzicht over baaien, rotsachtige kust en kleine havens waar je zonder moeite langer blijft hangen dan gepland. Vanaf Crozon gaat het weer zuidwaarts richting Douarnenez. Dat is zo’n plaats waar je eigenlijk prima even koffie kunt pakken aan de haven. Daarna gaat de route verder richting een van de absolute hoogtepunten van de dag: Pointe du Raz. Daar houdt Frankrijk zo ongeveer op. Letterlijk bijna. De rotsen steken de Atlantische Oceaan in, de wind heeft er vrij spel en vanaf de kliffen kijk je richting de vuurtoren La Vieille en Île de Sein. Pointe du Raz is officieel een Grand Site de France en rijst ongeveer 70 meter boven zee uit. Dit is dus wel zo’n plek waar de motor even uit mag. Niet vijf minuten. Gewoon even kijken. Daarna gaat het verder via Audierne en Pont-Croix richting de zuidkust van Finistère. Hier wordt het landschap weer wat vriendelijker en verschijnen steeds meer vissershavens. Via Penmarc’h en Le Guilvinec rij je door een gebied waar de visserij nog overal aanwezig is. Daarna volgen Loctudy en Pont-l’Abbé, voordat de route richting Bénodet en Fouesnant draait. Het laatste grote punt van de dag is Concarneau. Ook hier is het verleidelijk om nog even te stoppen, vooral bij de oude ommuurde Ville Close. Vanaf Concarneau is het laatste stuk terug naar Quimper alweer in zicht. En dan heb je ruim 320 kilometer Bretagne onder de banden gehad. Niet extreem technisch. Niet vermoeiend door hoogte. Maar wel een dag waarop je bijna constant iets ziet. Granieten dorpen, vissershavens, baaien, ruige kliffen en kustwegen. Dit is zo’n route waarbij je aan het einde niet zegt: “wat heb ik hard gereden.” Maar eerder: “Jezus, wat hebben we veel gezien.” Afstand: ca. 324 km
Dag 2 – Wittlich naar Colmar: binnendoor naar de Vogezen
Grand Est · 362 km
Na de eerste dag richting de Eifel begint vandaag het echte vakantiegevoel steeds meer binnen te komen. Vanuit Wittlich trekt de route verder zuidwaarts, eerst nog door Duitsland en daarna richting Frankrijk. Met ongeveer 362 kilometer is dit een flinke etappe, maar gelukkig zit er genoeg afwisseling in om er geen saaie verplaatsingsdag van te maken. Het eerste stuk voert over rustige wegen door het Duitse binnenland. Geen overdreven spectaculaire bergpassen, wel precies het soort wegen waarop je lekker kilometers maakt zonder constant tussen vrachtwagens te hangen. Langzaam zak je verder af richting het Saarland en de Franse grens. Zodra je Frankrijk binnenrijdt, verandert de sfeer merkbaar. De wegen worden rustiger, de dorpen kleiner en het landschap krijgt steeds meer dat typische Franse karakter. Daarna draait de route richting de noordelijke Vogezen. En vanaf hier wordt het voor motorrijders echt interessant. De heuvels worden hoger, bossen dichter en rechte stukken steeds schaarser. De Vogezen staan juist bekend om hun bergwegen, diepe valleien en routes die over de hoger gelegen delen van het massief slingeren. Dit is zo’n gebied waar je bijna vanzelf je tempo laat zakken. Niet omdat het moet, maar omdat de weg gewoon leuker wordt als je hem niet probeert op te eten. Bocht na bocht, stukken door dicht bos en af en toe ineens een open uitzicht over de heuvels. Veel lekkerder dan nog honderd kilometer snelweg wegstampen. Hoe verder je richting de Elzas rijdt, hoe duidelijker het landschap opnieuw verandert. Bossen maken steeds vaker plaats voor wijngaarden en op de hellingen verschijnen dorpjes met vakwerkhuizen. Je zit nu in een streek waar wijnbouw en kronkelende wegen ongeveer naast elkaar zijn uitgevonden. Niet de slechtste combinatie voor een motorvakantie, zolang we dat eerste deel natuurlijk bewaren tot ná het rijden. 😄 Aan het einde van de dag wacht Colmar. De stad ligt aan de rand van de Vogezen en midden in de Elzasser wijnstreek. Het historische centrum staat vol kleurrijke vakwerkhuizen, smalle straatjes en grachten; vooral het gebied rond Petite Venise is een van de bekendste delen van de stad. Na ruim 360 kilometer is dit een prima plek om de motor neer te zetten en de benen even iets anders te laten doen dan een tank omklemmen. Morgen gaat de route verder richting Bludenz, en daarmee komen de Alpen echt dichtbij.
Compiègne & Valois – bossen, kastelen en een flinke scheut Franse geschiedenis
Hauts-de-France · 248 km
Compiègne uit en eigenlijk zit je meteen goed. Geen stadse ellende die eerst twintig kilometer duurt. Vrij snel trek je richting Vic-sur-Aisne en begint het landschap opener en rustiger te worden. Kleine dorpen, landbouwwegen, hier en daar bos en genoeg bochten om de motor lekker los te krijgen. Na een kilometer of veertig duikt Soissons op. Dat is zo’n stad waar je best even rustig doorheen mag rijden. Niet alleen vanwege de kathedraal en het oude centrum, maar ook omdat deze hele streek bol staat van de Franse geschiedenis. Het gebied rond Soissons en Villers-Cotterêts wordt door de toeristische dienst niet voor niets neergezet als een streek van oude bossen, koninklijke geschiedenis en herinneringsplaatsen. Daarna wordt het leuker. Via Oulchy-le-Château gaat het richting La Ferté-Milon en vervolgens Villers-Cotterêts. En daar begint het boswerk pas echt. De Forêt de Retz is enorm en de wegen erdoorheen hebben precies dat fijne ritme dat je op een motor wilt: geen eindeloze rechte stukken, maar rustige secundaire wegen die steeds weer tussen bomen, open velden en kleine dorpjes door slingeren. Je zit hier niet te wachten op een spectaculaire bergpas. Die komt ook niet. Maar je zit wel voortdurend lekker te rijden. En eerlijk gezegd is dat soms gewoon beter. Vanaf Villers-Cotterêts trekt de route verder naar Pierrefonds. En ja hoor. Daar staat ie. Dat kasteel. Alsof iemand halverwege een Disneyfilm dacht: “Weet je wat, laten we dit gewoon echt bouwen.” Het Château de Pierrefonds werd in de 19e eeuw opnieuw vormgegeven door architect Viollet-le-Duc en is vandaag een van de grote blikvangers van de regio. Hier zou ik de motor echt even neerzetten. Niet lang. Gewoon lang genoeg om te kijken, foto te maken en jezelf wijs te maken dat je alleen voor het uitzicht bent gestopt en niet voor koffie en gebak. Daarna rij je opnieuw de Forêt de Compiègne in. En dat bos is serieus groot. Oise Tourisme noemt ongeveer 14.000 hectare, met lanenstelsels, oude dorpen en lange boswegen die zich door het gebied trekken. Hier verandert de sfeer volledig. Minder open landschap. Meer groen. Meer schaduw. Meer van die stukken waar je ineens merkt dat je al tien minuten niks anders hebt gezien dan bomen en asfalt. Lekker. De route pakt daarna opnieuw Compiègne mee, maar nummer 247 kilometer is het nog lang niet klaar. In plaats van meteen af te slaan naar huis, maakt de GPX nog een extra lus zuidwaarts via Verberie, Pont-Sainte-Maxence en Senlis. En Senlis is weer zo’n typisch oud Frans stadje waar je eigenlijk iets te makkelijk langs zou rijden. Niet doen. Even tempo eruit. Oude straten, stenen gevels, kathedraal in beeld. Daarna gaat het verder richting Ermenonville. Vanaf hier wordt het landschap opnieuw landelijker. Minder grote bossen, meer kleine wegen en open stukken. Via Nanteuil-le-Haudouin, Betz en Crépy-en-Valois sluit de route langzaam weer aan richting Compiègne. En tegen die tijd heb je er bijna 250 kilometer op zitten. Technisch is deze rit niet echt moeilijk. Geen steile passen, geen smalle bergwegen, geen geiten die op een haarspeld staan te vergaderen. Maar de combinatie van afstand, veel secundaire wegen, dorpen, bossen en voortdurend wisselend landschap maakt het wel een echte dagrit. Daarom zet ik hem op Gemiddeld. En wat ik vooral leuk vind aan deze lus: hij probeert niet één ding te zijn. Hij is niet alleen bos. Niet alleen geschiedenis. Niet alleen kastelen. Niet alleen platteland. Je krijgt gewoon van alles wat. En tegen de tijd dat je weer Compiègne binnenrijdt, heb je het gevoel dat je veel verder weg bent geweest dan 248 kilometer. Dat is meestal een goed teken. Afstand: ca. 248 km Moeilijkheid: Gemiddeld Route type: Landelijk
Cœur de la Gascogne – Armagnac, bastides en eindeloos glooiend asfalt
Occitanië · 264 km
Auch uit en meteen dat typische Zuid-Franse gevoel. Geen grote bergen. Geen spectaculaire passen. Geen weg die je bang probeert te maken. Gewoon een slingerende streep asfalt door een landschap dat voortdurend een beetje op en neer gaat. En gek genoeg is dat soms precies genoeg. De eerste serieuze stop is Mirande. Nog geen wereldstad, wel zo’n plaats waar je prima even doorheen rolt zonder haast. Daarna trekt de route richting Marciac, bekend om jazz, oude pleinen en die typische zuidwest-Franse sfeer. Hier begint de Gascogne langzaam z’n truc te doen. Je denkt eerst: “Best rustig hier.” Een half uur later denk je: “Waarom zijn dit soort wegen thuis eigenlijk zo zeldzaam?” Via Plaisance gaat het verder naar Aignan. Dit zijn van die stukken waar het rijden zelf belangrijker wordt dan de bestemming. Kleine D-wegen, akkers, dorpjes, een boerderij hier, een kerkje daar. Geen file. Geen stoplichtenfestival. Geen toeristenbus voor je neus. Heerlijk. Daarna komt Eauze. En hier zit je echt midden in het Armagnac-gebied. Eauze geldt als hoofdstad van de Armagnac en was in de Romeinse tijd zelfs hoofdstad van een complete provincie. Niet slecht voor een plaats die je tegenwoordig op de motor bijna achteloos binnenrijdt. Dus ja. Even stoppen. Niet omdat het moet. Maar omdat een koffie in de hoofdstad van de Armagnac toch net wat beter klinkt dan “koffie bij tankstation nummer drie”. Vanaf Eauze gaat het richting Montréal-du-Gers. Weer zo’n bastide-achtig dorp waar je je afvraagt hoeveel eeuwen zo’n plein al gewoon ligt te wachten tot jij er met je motor langs komt. En dan volgt Condom. Ja. Condom. Iedere Nederlander of Brit die daar voor het eerst langs rijdt, maakt exact dezelfde flauwe grap. Dus die sla ik voor het gemak maar even over. 😄 Los daarvan is het gewoon een mooie oude stad, met de kathedraal Saint-Pierre, een klooster en natuurlijk d’Artagnan en de Drie Musketiers die daar als standbeeld gewoon staan te doen alsof ze nooit weg zijn geweest. Daarna wordt het misschien nog mooier. De route draait richting Lectoure. Lectoure ligt hoog op een heuvelrug en heeft oude stadswallen, stenen huizen, smalle straatjes en uitzicht over de Lomagne. Het is precies zo’n plek waar je eigenlijk alleen even wilde tanken en uiteindelijk veertig minuten later nog rondloopt. Vanaf hier trekt de route oostwaarts. Lavit-de-Lomagne. Beaumont-de-Lomagne. En het landschap verandert subtiel mee. Iets opener, iets bredere vergezichten, maar nog steeds dat rustige golvende karakter. Je hoeft nergens extreem hard te rijden om plezier te hebben. Sterker nog, waarschijnlijk rij je juist iets langzamer omdat er steeds weer zo’n stuk landschap naast je openvalt waarvan je denkt: “Nou ja, vooruit, nog één foto dan.” Bij Beaumont-de-Lomagne zit je aan de oostkant van de lus. Daarna draait de route weer zuidwestwaarts richting Mauvezin. En dat laatste stuk terug naar Auch voelt een beetje als uitrijden. Niet saai. Gewoon ontspannen. De dag heeft z’n werk dan al gedaan. Je hebt Armagnac-land gezien, oude bastides, Romeinse geschiedenis, d’Artagnan, heuvelwegen en dorpen waar de tijd net iets minder haast lijkt te hebben. En dan kom je weer terug in Auch, de hoofdstad van de Gascogne, met de kathedraal en d’Artagnan nog altijd op z’n plek. De officiële toeristische routes door de Gers verbinden Auch ook met plaatsen als Lupiac, Condom en Lectoure en benadrukken precies dat typische landschap van ronde heuvels, rustige wegen en historische dorpen. Deze rit is technisch nergens echt zwaar. Maar met ruim 260 kilometer over voornamelijk kleinere wegen, veel dorpjes en continu licht glooiend terrein ben je wel de hele dag bezig. Dus: niet moeilijk. wel een volle dag. En vooral eentje waarbij je na afloop waarschijnlijk denkt: “Waarom hoor je eigenlijk zo weinig over de Gers?” Afstand: ca. 264 km Moeilijkheid: Gemiddeld Route type: Landelijk
Kastelen van de Loire – 295 kilometer tussen torens, wijnranken en de rivier
Centre-Val de Loire · 295 km
Niet eentje waarop je na elke bocht je voetsteunen over het asfalt probeert te schrapen. Vandaag rij je vooral door zo’n stuk Frankrijk waar er om de haverklap ineens een kasteel boven een rij bomen uitsteekt. En meestal geen kleintje ook. De eerste serieuze blikvanger komt al na zo’n twintig kilometer bij Brissac-Quincé. Daarna zoekt de GPX de Loire op en loopt hij via Gennes richting Saumur. Daar wordt het lastig om gewoon door te rijden. Het Château de Saumur staat hoog boven de rivier en lijkt vanaf beneden precies op zo’n kasteel dat je als kind zou tekenen: witte muren, puntdaken, torens. Alleen ontbreekt er nog een draak op het dak. Motor even neerzetten dus. Niet te lang, want we hebben vandaag nog een paar kastelen te gaan. Heel wat eigenlijk. Vanuit Saumur trekt de route zuidelijker langs Brézé. Het kasteel daar heeft iets bijzonders: onder het zichtbare gebouw ligt een enorm netwerk van ondergrondse ruimtes en gangen. Je zou er dus makkelijk een halve dag kunnen verdwijnen, maar dan wordt die route van 295 kilometer ineens een tweedaagse. Verderop komt Montsoreau, waar de Loire en de Vienne elkaar bijna raken. Het dorp ligt pal aan het water en het kasteel staat letterlijk aan de rivier. Geen verkeerde plek voor koffie. Of lunch. Of allebei. We hebben vakantie, toch? Daarna gaat het via Fontevraud-l'Abbaye naar Chinon. En vanaf daar begint de weg zelf ook wat meer mee te doen. Chinon ligt langs de Vienne met de enorme koninklijke vesting erboven. De route slingert door het wijngebied en de kleinere wegen passen eigenlijk perfect bij de omgeving: niet spectaculair, wel voortdurend lekker rijden. De officiële toeristische organisatie van Touraine noemt juist dit netwerk van secundaire wegen erg geschikt voor motorrijders. Na Chinon komt een van mijn favorieten van deze rit. Château d'Ussé. Je komt over een weg aanrijden en daar staat het ineens tussen de bomen. Torentjes, witte gevels, bos erachter. Dit zou het kasteel zijn dat Charles Perrault mede inspireerde voor Doornroosje. En als dat verhaal niet helemaal klopt? Maakt voor het uitzicht niks uit. Het ding ziet er gewoon uit alsof er ergens binnen iemand al honderd jaar ligt te slapen. Daarna volgt Azay-le-Rideau, gebouwd op een eilandje in de Indre. Weer totaal anders dan Saumur of Chinon: kleiner, eleganter en bijna irritant fotogeniek als het water stil staat. Een kilometer of twaalf later zit je alweer bij Villandry. Je begint ondertussen wel een beetje blasé te worden. “Ja hoor, nóg een kasteel.” Tot je de tuinen ziet. Dan hou je vanzelf je mond. Na Villandry bereikt de route zijn oostelijkste punt en begint de terugweg. Maar de kastelenvoorraad is nog lang niet op. Via de Loire kom je bij Langeais, waar een forse middeleeuwse burcht midden in het stadje staat. Daarna rijdt de route westwaarts door het wijngebied rond Bourgueil. En dat stuk vind ik juist lekker omdat je even niet iedere tien minuten hoeft af te stappen. Wijngaarden, kleine dorpen, landbouwwegen en de Loire die steeds ergens in de buurt blijft. Gewoon rijden. Na bijna 300 kilometer worden dat trouwens steeds fijnere woorden. Gewoon rijden. Via Beaufort-en-Anjou gaat het uiteindelijk terug naar Angers. Technisch is deze rit nergens echt moeilijk. Geen hoge passen, geen listige bergwegen en nauwelijks stukken waar je met samengeknepen billen doorheen hoeft. Maar 295 kilometer over voornamelijk kleinere wegen, met dorpjes, kruisingen en vooral héél veel verleidingen om “heel even” af te stappen, maken er toch een behoorlijk volle dag van. Daarom Gemiddeld. En misschien is dat meteen het grootste gevaar van deze route. Niet de weg. Niet het verkeer. Maar dat je bij het zesde kasteel denkt: Ach, vijf minuutjes kijken kan nog wel. En om half zeven ergens bij Bourgueil ontdekt dat je nog zestig kilometer moet. 😄 Want deze rit draait uiteindelijk niet om één kasteel. Je rijdt langs Brissac, Saumur, Brézé, Montsoreau, Chinon, Ussé, Azay-le-Rideau, Villandry en Langeais, met daartussen de Loire, de Vienne, wijngaarden en dat typische rustige Franse binnenland. Een vergelijkbare Loire-route wordt niet voor niets omschreven als kastelen “als kralen aan een ketting”. Alleen heb je vandaag gelukkig geen touringcar nodig. Je hebt een motor. Dat scheelt. Afstand: ca. 295 km Moeilijkheid: Gemiddeld Route type: Touring
Cap Corse – kliffen, vissersdorpen en 284 kilometer bochtenwerk
Corsica · 284 km
Bastia uit en meteen de goede kant op. De zee rechts, Cap Corse voor je en nog geen idee hoeveel bochten er vandaag op je liggen te wachten. De eerste kilometers richting Erbalunga zijn bijna vriendelijk. De weg volgt de oostkust en je rijdt langs kleine haventjes, oude huizen en baaien waar het water zo blauw is dat je even denkt dat iemand de verzadiging te hoog heeft gezet. Erbalunga zelf is zo’n dorp waar je makkelijk blijft hangen voor koffie. Oude haven, Genuese toren, bootjes voor de kade. Klaar. Meer heb je soms niet nodig. Maar door. Want Cap Corse begint pas net. Na Rogliano schuift de route richting de noordpunt van het schiereiland en daarna westwaarts naar Centuri. De weg wordt smaller, bochtiger en serieuzer. Geen snel rijden voor de statistieken; hier wil je vooral ritme houden en een beetje vooruit denken. Links rots. Rechts soms heel veel niets. En daar ergens beneden de Middellandse Zee. Centuri ligt als een klein havendorp tegen de kust geplakt en staat bekend om de kreeftenvisserij. Dat maakt het een prima plek voor een stop, al zou ik persoonlijk misschien niet meteen een halve kreeft naar binnen werken als ik daarna nog 200 kilometer Corsicaanse bochten voor de boeg had. 😄 Vanaf Centuri begint voor mij het mooiste stuk. De westkust van Cap Corse. Hier wordt het landschap ruiger. De weg hangt regelmatig hoog tegen de helling aan en draait zich door dorpjes als Pino naar het zuiden. Soms rij je bijna op zeeniveau, even later kijk je van bovenaf op kleine baaien en rotspunten neer. De officiële Corsicaanse toeristische dienst omschrijft dit stuk niet voor niets als een afwisseling van klimmen, dalen en technische passages. Dit is niet zo’n weg waar je denkt: “Wanneer komen de leuke bochten?” Ze zijn er al. Allemaal. En ze lijken voorlopig ook niet van plan weg te gaan. Dan verschijnt Nonza. En Nonza is eigenlijk belachelijk fotogeniek. Het dorp ligt boven een enorme donkere kiezelstrand en wordt gedomineerd door een oude toren. Even motor neerzetten, stukje lopen en naar beneden kijken. Waarschijnlijk daarna denken: mooi hoor. En vervolgens alsnog twintig foto’s maken. Na Nonza gaat het richting Saint-Florent. De kust wordt wat toegankelijker en de weg iets minder wild. Via de omgeving van Patrimonio kom je in een streek met wijngaarden voordat je Saint-Florent binnenrijdt. Haven, terrassen, jachten, Corsicaanse zon. Heel vervelend allemaal. 😄 Maar deze GPX houdt daar dus niet op. En dat maakt hem interessanter dan het klassieke rondje Cap Corse. Na Saint-Florent trekt de route het binnenland in richting Oletta en Murato. De zee verdwijnt uit beeld en Corsica verandert weer van gezicht. Bergen, kleine dorpen en wegen die zich door het binnenland heen werken. Bij Santo-Pietro-di-Tenda zit je inmiddels duidelijk in een ander soort landschap dan aan het begin van de dag. En vervolgens komt er nóg een hoofdstuk. L’Île-Rousse. Even terug naar zee. Daarna gaat het via Belgodère weer het binnenland in. Hier krijg je van die Corsicaanse wegen waar dorpjes tegen berghellingen lijken geplakt en je soms in tien kilometer tijd meer stuurt dan thuis in een hele zondagmiddag. Via Ponte-Leccia begint uiteindelijk de terugweg naar Bastia. En tegen die tijd ga je die 284 kilometer ook echt voelen. Niet omdat het zo extreem ver is. Maar omdat Corsicaanse kilometers andere kilometers zijn. Constant sturen. Remmen. Kijken. Klimmen. Afdalen. Nog een dorp. Nog een bocht. Nog een geit die blijkbaar vindt dat hij voorrang heeft. Daarom krijgt deze route van mij Uitdagend. Niet omdat er één krankzinnige bergpas in zit, maar omdat de combinatie van afstand, smalle wegen, hoogteverschillen en eindeloos bochtenwerk gewoon aandacht vraagt. En dat is precies waarom hij zo goed is. Je begint aan zee in Bastia. Je rijdt helemaal om Cap Corse. Je duikt het binnenland in. Je pakt nóg een stuk westkust mee. En bijna 300 kilometer later kom je weer terug met waarschijnlijk hetzelfde probleem als iedere motorrijder op Corsica: je wilt morgen gewoon weer.
Camargue – witte paarden, roze zout en eindeloze horizon
Provence-Alpes-Côte d'Azur · 213 km
Arles uit, de Rhône-delta in En eigenlijk weet je binnen een paar kilometer al dat dit geen gewone Franse rondrit wordt. Geen bergen. Nauwelijks hoogteverschil. Geen haarspelden waar je drie keer moet steken. Hier is alles juist groot, vlak en open. De eerste 20 kilometer richting Saint-Gilles zijn vooral bedoeld om de stad achter je te laten. Daarna schuift de route steeds verder de Camargue in. Via Vauvert en Aimargues kom je in een landschap waar water, rietvelden en kaarsrechte wegen elkaar afwisselen. Je hoeft hier niet hard te rijden. Sterker nog, dat zou zonde zijn. Want dit is zo’n gebied waar je ineens een paar witte Camargue-paarden naast de weg ziet staan, ergens verderop zwarte stieren in een weiland ontdekt en vijf minuten later roze flamingo’s boven een ondiep meer ziet trekken. De Camargue staat precies om dat landschap en die dieren bekend. Na ongeveer 66 kilometer duiken ineens de muren van Aigues-Mortes op. En die komen nogal binnen. Midden in dat platte landschap staat daar opeens een compleet ommuurde middeleeuwse stad. De vestingmuren lopen ruim 1,6 kilometer rond het oude centrum en kijken uit over de zoutpannen en de Camargue. Motor even neerzetten? Ja. Hier wel. Niet alleen voor die muren, maar ook omdat je daarna weer een totaal ander stuk krijgt. Nog geen tien kilometer verder zit je bij Le Grau-du-Roi en ineens ruik je de Middellandse Zee. Vakantiehuizen. Havens. Strand. Meer verkeer ook. Dat hoort erbij. Dit is niet zo’n route die doet alsof elk stuk verlaten en romantisch is. Rond de kustplaatsen kan het gewoon wat drukker zijn. Daarna wordt het weer beter. Veel beter. De weg draait terug de echte Camargue in richting Saintes-Maries-de-la-Mer. Lange rechte stukken. Water aan weerszijden. Lage begroeiing. Wind. Heel veel lucht. Op zo’n weg heb je nauwelijks bochten nodig om het leuk te hebben. Je zit gewoon lekker op die motor en kijkt om je heen. Na ongeveer 109 kilometer kom je Saintes-Maries binnen. Dit is zo’n plek die perfect bij de streek past: laag, wit, een kerk die overal bovenuit steekt en de zee er direct achter. De plaats is een belangrijk centrum van de Camargue en ligt vlak bij onder andere het ornithologische gebied van Pont de Gau. Koffie. Terrasje. Helm af. Waarschijnlijk zand op je motor waar je geen idee van hebt hoe het daar gekomen is. Daarna volgt misschien wel het meest typische stuk van de route. Richting Salin-de-Giraud wordt het landschap steeds leger. Zoutvlaktes, water, riet en wegen die kilometers vooruit lijken te lopen. Geen dorp. Geen rotonde. Soms nauwelijks een boom. En dan ineens dat felle roze van de zoutbassins. Dat is Camargue. Na ongeveer 172 kilometer zit je bij Salin-de-Giraud. Dit is het industriëlere deel van het zoutgebied, maar juist daardoor ook apart. Het landschap is hier bijna buitenaards: enorme vlaktes, witte zoutbergen en water dat afhankelijk van het licht roze of rood kleurt. Hier zou ik zelf trouwens niet eens per se stoppen bij een café. Gewoon ergens waar het kan de motor neerzetten. Kijken. Foto maken. En weer door. Vanaf daar gaat het noordwaarts terug richting Arles. Het laatste deel voelt bijna als uitrijden na een compleet andere wereld. En dat is ook precies waarom ik deze route leuk vind. Technisch stelt hij weinig voor. Daarom krijgt hij Makkelijk. Maar saai? Absoluut niet. Je krijgt in iets meer dan 200 kilometer Romeins Arles, moerasland, middeleeuws Aigues-Mortes, Middellandse Zee, witte paarden, flamingo’s, zoutvlaktes en lege Camargue-wegen. En het gekke is: je rijdt bijna nergens echt omhoog. Je draait niet eens overdreven veel bochten. Maar na afloop heb je toch het gevoel dat je een hele dag iets bijzonders hebt gereden. Sommige routes zijn goed vanwege de weg. Deze is goed vanwege alles wat ernaast ligt.
Brière & Guérande – moeras, zout en Atlantische lucht
Pays de la Loire · 190 km
Brière & Guérande – moeras, zout en Atlantische lucht Afstand: ca. 190 km Moeilijkheid: Makkelijk Route type: Kust Redon uit, motor warm, en dan zuidwaarts. Geen gedoe, geen ingewikkeld begin. De eerste kilometers richting Saint-Gildas-des-Bois en Pontchâteau zijn vooral lekker inkomen: rustige wegen, dorpen, velden en genoeg ruimte om even in het ritme te komen. Na een kilometer of veertig verandert de rit. Je rijdt richting La Chapelle-des-Marais en daarna de Brière in. En dat landschap voelt meteen anders. Minder open landbouw, meer water, riet, kleine wegen en dorpen die bijna op eilandjes in het moeras liggen. Rond Saint-Joachim rijd je letterlijk tussen de natte graslanden, kanalen en oude Brièronse dorpen door. Het Parc naturel régional de Brière is een van de grootste moerasgebieden van Frankrijk en dat merk je hier aan alles. Dit is geen stuk waar je komt om bochten aan elkaar te rijgen. Hier kijk je. Riet links. Water rechts. Een paar huizen met rieten daken. En een weg die er gewoon tussendoor is gelegd omdat iemand ooit besloot dat dat blijkbaar kon. Via Saint-Lyphard en Saint-André-des-Eaux schuift de route langzaam richting de kust. Dat overgangsstuk is eigenlijk heel mooi: je komt uit het stille moerasland en merkt steeds meer dat de Atlantische kust dichterbij komt. Bij Pornichet is het zover. Zee. Vanaf daar wordt de rit ineens een stuk levendiger. Via La Baule en Le Pouliguen volg je de kust westwaarts. Geen eindeloze verlaten bergweg hier, maar boulevards, stranden, zeelucht en af en toe wat meer verkeer. Dat hoort er ook bij. Je rijdt hier tenslotte door een van de bekendste kuststroken van deze regio. Dan komt Batz-sur-Mer en daarna Le Croisic. En daar zou ik zelf het gas echt even dichtdraaien. Na ongeveer 110 kilometer zit je op het uiterste punt van de route. Atlantische Oceaan aan je neus, rotsige kust, huizen achter je en dat typische gevoel van: verder die kant op wordt zwemmen. Motor neer. Koffie zoeken. Even niks. Daarna buigt de route terug richting Guérande. En dat is misschien wel het meest herkenbare stuk van de hele rit. Rond Guérande liggen de beroemde zoutpannen: tientallen ondiepe bassins, smalle dijkjes en water dat afhankelijk van licht en weer telkens van kleur lijkt te veranderen. Je rijdt hier eigenlijk door een compleet ander landschap dan twee uur eerder in de Brière. Eerst zoetwatermoeras. Nu zout. Dat maakt deze relatief korte rit verrassend afwisselend. Vanaf Guérande gaat het weer noordwaarts via Herbignac naar La Roche-Bernard. Daar verandert de sfeer opnieuw. Weg van strand en zoutpannen, terug het groen in. La Roche-Bernard ligt mooi boven de Vilaine en voelt als een prima laatste serieuze stop voordat je weer richting Redon gaat. Via Allaire draai je uiteindelijk terug naar het beginpunt. Geen moeilijke rit. Geen technische uitdaging. Geen dag waarop je na afloop met trillende armen van de motor stapt. Maar wel eentje waarop je in nog geen 200 kilometer moeras, kust, zoutpannen, kleine dorpen en Atlantische vergezichten aan elkaar rijgt. En juist daarom is hij goed. Je vertrekt uit Redon. Je komt terug in Redon. Maar ergens onderweg heb je het gevoel gehad dat je drie compleet verschillende streken hebt doorkruist
Brenne & Vallée de la Creuse – 357 km dwars door het stille Frankrijk
Centre-Val de Loire · 357 km
De eerste kilometers trekken noordwaarts richting Levroux en Valençay. Verwacht hier geen Alpenwerk of eindeloze haarspelden. Dit is een ander soort motorrijden: lange stukken Franse D-weg, landbouwgrond, kleine dorpen waar op het middaguur weinig meer beweegt dan een gordijn achter een open raam, en bochten die precies genoeg komen om je wakker te houden. Bij Valençay zit je op ongeveer 54 kilometer. Even later draait de route naar het zuidwesten en verandert het landschap langzaam. Grote akkers maken steeds vaker plaats voor bossen, water en smallere wegen. Je rijdt richting Mézières-en-Brenne, midden in het Parc naturel régional de la Brenne. Dat gebied wordt niet voor niets het land van de duizend meren genoemd: water, riet, bosjes en weilanden liggen hier door elkaar alsof iemand bij het tekenen van de kaart halverwege besloot dat rechte lijnen overschat waren. En dit is precies zo'n stuk waar je waarschijnlijk op de motor denkt: waarom heb ik hier eigenlijk nog nooit van gehoord? Na Mézières wordt het stiller. Geen spectaculaire toeristische trekpleister om de vijf kilometer, maar juist van die wegen waar je een kwartier rijdt zonder iemand tegen te komen. Af en toe een boerderij. Een kerkje. Een étang achter de bomen. Remmen voor een dorp, twee huizen voorbij, gas er weer op. Rond Le Blanc, na ongeveer 178 kilometer, heeft de route zijn westelijkste gedeelte zo'n beetje gehad. Vanaf daar draait hij terug richting het zuidoosten. En daar begint de rit wat meer tanden te krijgen. De omgeving van de Creuse is duidelijk anders dan het vlakke begin. Meer hoogteverschil, meer bos en wegen die zich nadrukkelijker door het landschap slingeren. Via de omgeving van Argenton-sur-Creuse gaat het richting een van de mooiste punten van de hele route: Crozant. Crozant wordt na ongeveer 258 kilometer vrijwel exact geraakt. Hier ligt de oude vesting hoog boven de Creuse en krijg je ineens rotsen, diepe valleien en een landschap dat veel ruiger oogt dan honderd kilometer eerder. Dit is zo'n plek waar ik zelf de motor even aan de kant zou zetten. Niet omdat je moet. Gewoon omdat het zonde is om er met 70 voorbij te knallen. Daarna gaat het richting La Châtre. De wegen blijven landelijk en worden weer wat vriendelijker, maar na ruim 300 kilometer begint de afstand zelf mee te spelen. Daarom zet ik deze rit ondanks het ontbreken van echte bergpassen op Gemiddeld. Technisch is hij niet bijzonder zwaar; 357 kilometer aan voornamelijk secundaire Franse wegen maakt er gewoon een serieuze dag van. Vanaf La Châtre is het laatste deel terug naar Châteauroux. En waarschijnlijk precies op dat moment krijg je dat bekende gevoel: nog even doortrekken, maar eigenlijk wil je ook niet dat de rit al klaar is. Want dit is geen route van grote namen. Geen Stelvio. Geen Grossglockner. Geen Côte d’Azur. Het is gewoon Frankrijk zoals motorrijders het stiekem het liefst hebben: weinig verkeer, kleine wegen, genoeg bochten en onderweg steeds weer iets anders. 357 kilometer later sta je weer in Châteauroux. Zelfde plek. Compleet ander beeld van deze streek.
Bourgogne Grands Crus – Wijnheuvels, Cluny & de Saône
Bourgondië-Franche-Comté · 339 km
Bourgogne Grands Crus – Wijnheuvels, Cluny & de Saône Zodra je Dijon achter je laat, duik je vrijwel meteen een van de bekendste wijnstreken van Frankrijk in. Via Gevrey-Chambertin en Nuits-Saint-Georges loopt de route dwars door de Côte de Nuits, waar de beroemde wijngaarden zich als groene en goudkleurige stroken over de heuvels uitstrekken. De Route des Grands Crus is hier al decennialang dé verbindingsweg tussen beroemde wijnplaatsen en prestigieuze wijngaarden. Richting Beaune wordt het landschap nog klassieker Bourgondisch: stenen dorpen, wijngaarden, kleine slingerwegen en overal van die namen die zelfs niet-wijndrinkers herkennen. Daarna gaat het via Meursault verder naar het zuiden, waar de weg zich langs wijnvelden en rustige plattelandswegen slingert. In de Côte de Beaune kom je langs plaatsen als Meursault, Pommard en Volnay, precies het gebied waar Bourgogne Tourisme de combinatie van wijngaarden, heuvels en kleine wegen als hét karakter van de streek beschrijft. Verder naar het zuiden verandert het landschap langzaam. De wijngaarden maken meer plaats voor glooiende weilanden en bosrijke heuvels. Via Couches, Montchanin, Givry en Buxy trek je richting Cluny. Rond Cluny wordt het landschap wat ruimer en groener. Hier voelt Bourgogne ineens minder als wijngebied en meer als typisch Frans platteland: lange zichtlijnen, rustige binnenwegen en heuvels die precies genoeg golven om het rijden leuk te houden. De streek rond Cluny staat bekend om dit soort open landbouwlandschap en rustige wegen. Daarna gaat de route via Tournus en Chalon-sur-Saône weer noordwaarts. Langs de Saône wordt het terrein vlakker en komt er meer ruimte in het landschap. Via Saint-Jean-de-Losne draai je uiteindelijk weer terug richting Dijon. Wat deze route sterk maakt, is de afwisseling tussen wereldberoemde wijnstreken, rustige binnenwegen en het zuidelijke Bourgondische platteland. Technisch is hij nergens extreem, maar met ruim 330 kilometer is het wel een serieuze dag.
Bourbonnais – Moulins, Montluçon, Vichy & stille Franse binnenwegen
Auvergne-Rhône-Alpes · 292 km
Bourbonnais – Moulins, Montluçon, Vichy & stille Franse binnenwegen Deze rondrit begint en eindigt in Moulins en trekt vervolgens een grote lus door het historische Bourbonnais. De route voert onder meer langs Souvigny, Bourbon-l’Archambault, Montluçon, Néris-les-Bains, Gannat, Vichy en Lapalisse voordat je weer terugkeert richting Moulins. Daarmee krijg je in één dag een heel mooi beeld van deze rustige streek in het midden van Frankrijk. Het eerste deel vanuit Moulins is typisch Bourbonnais: landelijke wegen, glooiende velden en kleine dorpen waar het leven een paar versnellingen lager lijkt te staan. Rond Souvigny en Bourbon-l’Archambault zit je midden in de streek waar de Bourbon-dynastie haar oorsprong heeft. Souvigny vormt historisch een van de belangrijke plekken van het Bourbonnais en wordt door de toeristische dienst van Moulins nog steeds nadrukkelijk verbonden aan de Route des Bourbons. Daarna trekt de route verder westwaarts richting Montluçon. Hier wordt het landschap heuvelachtiger en krijg je steeds meer van die heerlijke Franse binnenwegen waarop je zonder veel drukte kilometers kunt maken. Via Néris-les-Bains draait de route vervolgens weer richting het zuidoosten. Het karakter blijft ontspannen: veel groen, kleine wegen en genoeg bochten om het interessant te houden zonder dat het technisch zwaar wordt. Richting Gannat en Vichy verandert de omgeving opnieuw. Hier kom je dichter bij de heuvels van de Montagne Bourbonnaise en merk je dat de wegen wat bochtiger worden. In deze streek worden zelfs complete motorroadtrips uitgezet vanwege de combinatie van bossen, dalen en rustige slingerwegen. Na Vichy gaat het verder richting Lapalisse, waarna je langzaam weer noordwaarts terugrijdt naar Moulins. Wat deze rit sterk maakt, is vooral de variatie zonder dat hij vermoeiend technisch wordt. Bijna 300 kilometer is een serieuze dag, maar de route bestaat vooral uit overzichtelijke binnenwegen en glooiend terrein. Daarom zou ik hem voor Motoride op Gemiddeld zetten: de afstand telt mee, maar qua techniek blijft hij goed toegankelijk voor de meeste motorrijders. Een heerlijke lange Franse toerroute voor wie vooral wil rijden, kijken en onderweg nergens haast mee heeft.
Balagne & Asco – Corsicaans bergwerk op z’n best
Corsica · 367 km
Deze route is er eentje voor rijders die van écht sturen houden. Vanuit de Balagne trek je eerst door het noordwesten van Corsica, waar zee en bergen voortdurend met elkaar afwisselen. De streek staat bekend om zijn bergdorpen, olijfgaarden en schitterende uitzichten over de kust. Zodra je de kust achter je laat, worden de wegen smaller en technischer en begint het serieuze werk. De officiële Corsicaanse toeristische dienst omschrijft Balagne treffend als een streek waar bergdorpen hoog boven zee en dalen liggen en waar de kust en het binnenland voortdurend in elkaar overlopen. Een van de absolute hoogtepunten is de Asco-vallei. De weg klimt steeds verder tussen steile rotswanden en volgt de rivier diep de bergen in. Rond het dorp Asco rij je door een vrijwel ongerept granietlandschap met een eeuwenoude Genuese brug, natuurlijke rivierpoelen en ruige bergtoppen om je heen. De gorges onder Asco vormen een wild, ongeveer vier kilometer lang dal dat diep in rood graniet is uitgesleten. En voor motorrijders is dit echt zo’n plek waar je voor komt. De weg door Haut-Asco is smal, bochtig en technisch, met stukken waar je nauwelijks een moment rechtop rijdt. Liberty Rider omschrijft de route door Balagne en Asco als smal, met scherpe haarspelden en veel opeenvolgende bochten — precies waarom ik deze rit als Uitdagend zou labelen. Wat deze route mooi maakt, is dat het niet alleen om techniek draait. Je krijgt onderweg ook heel verschillende landschappen voorgeschoteld: droge mediterrane hellingen, groene valleien, hoge bergmassieven en stille dorpen die tegen de bergwand lijken geplakt. De afstand van bijna 370 kilometer maakt hem bovendien behoorlijk stevig voor Corsicaanse begrippen. Hier doe je niet even “een middagje” over. Door de hoeveelheid bochten, smalle stukken en hoogteverschillen ligt je gemiddelde snelheid veel lager dan op het Franse vasteland. Daarom zou ik deze rit vooral aanbevelen aan rijders die zich prettig voelen op bergwegen en genoeg ervaring hebben met krappe bochten en lange technische dagen. Geen route om kilometers af te vinken — dit is er eentje om van bocht naar bocht te rijden. Foto’s voor deze route
Avesnois – Groene heuvels, dorpen & ValJoly
Hauts-de-France · 149 km
Avesnois – Groene heuvels, dorpen & ValJoly Deze rondrit begint en eindigt in Avesnes-sur-Helpe, midden in het groene Avesnois. Het is geen streek van hoge bergen of spectaculaire passen, maar juist van glooiend landschap, rustige wegen en kleine plaatsen waar je heerlijk ontspannen doorheen kunt sturen. Al snel voert de route via Sars-Poteries richting Solre-le-Château. Dat laatste plaatsje is een mooie eerste stop, met z’n karakteristieke kerk en compacte historische centrum. De omgeving bestaat hier uit weilanden, houtwallen en kleine bosstroken, waardoor de weg voortdurend van sfeer verandert. Daarna gaat het richting Liessies, vlak bij het groene gebied rond ValJoly. Dit deel van de Avesnois is bijzonder mooi: veel water, bossen en rustige wegen die zich tussen de dorpen door slingeren. De officiële toeristische kaart van de streek laat precies zien hoe centraal ValJoly, Liessies en de omliggende bossen in dit gebied liggen. Via Trélon en Fourmies trekt de route verder zuidwaarts. Hier wordt het landschap iets bosrijker en voelt het gebied soms verrassend afgelegen, zeker als je bedenkt dat je nog altijd in Noord-Frankrijk rijdt. Daarna draait de route langzaam weer terug naar het westen via Sains-du-Nord en Landrecies. Je krijgt hier langere rustige stukken door open landschap, afgewisseld met kleine dorpen en landbouwgebied. Via Berlaimont, Aulnoye-Aymeries, Bavay en Hautmont maak je vervolgens de noordelijke lus compleet voordat je terugkomt in Avesnes-sur-Helpe. Wat deze route vooral leuk maakt, is de rust. Geen ingewikkelde bergpassen of toeristische hectiek, maar gewoon een fijne combinatie van landelijke wegen, groen, water en karakteristieke Franse dorpen. Een perfecte route voor een ontspannen middag sturen zonder dat je meteen 300 kilometer hoeft weg te tikken.
Ariège Préhistorique – Grotten, Pyreneeën & eeuwenoude wegen
Occitanië · 212 km
Ariège Préhistorique – Grotten, Pyreneeën & eeuwenoude wegen ±212 km Deze rondrit begint in Foix, aan de voet van de Pyreneeën. Met het imposante kasteel hoog boven de stad is het startpunt meteen al een mooie binnenkomer, maar zodra je Foix achter je laat wordt het pas echt interessant. De route trekt westwaarts het rustige landschap van de Ariège in. Via kleine departementale wegen, beboste heuvels en dorpjes waar het tempo vanzelf wat omlaag gaat, rij je richting het gebied rond La Bastide-de-Sérou en verder de streek in. Hier is het vooral lekker sturen. Geen grote verkeersaders, maar kronkelende wegen die zich door valleien en over heuvelruggen heen werken. Het landschap wordt gaandeweg ruiger en de Pyreneeën komen steeds nadrukkelijker in beeld. Wat deze route extra bijzonder maakt, is de geschiedenis onder je wielen. De Ariège is één van de bekendste prehistorische gebieden van Frankrijk. In deze streek zijn grotten en archeologische vindplaatsen ontdekt die duizenden jaren menselijke geschiedenis bewaren. Een van de indrukwekkendste plekken is Le Mas-d’Azil. Daar loopt de weg letterlijk door een enorme natuurlijke grot, naast de rivier de Arize. De tunnel is honderden meters lang en de grot leverde belangrijke vondsten op uit de tijd van de Cro-Magnonmens. Verder naar het zuiden kom je in het bergachtige deel van de Ariège, in de omgeving van Massat, Tarascon-sur-Ariège en Niaux. Ook hier wordt het landschap steeds spectaculairder: steile rotswanden, diepe valleien en wegen die zich tussen de bergen door slingeren. De Grotte de Niaux is opnieuw zo’n plek waar de geschiedenis bijna tastbaar wordt. Binnen zijn nog authentieke prehistorische rotstekeningen te zien, waaronder dierfiguren die duizenden jaren geleden door onze voorouders zijn aangebracht. Daarna draait de route langzaam weer terug richting Foix. De bergen maken geleidelijk plaats voor het bredere dal en uiteindelijk verschijnt het kasteel weer boven de stad. Wat deze route sterk maakt, is de combinatie van lekker motorrijden en iets bijzonders onderweg. Je krijgt stille Pyreneeënwegen, bossen en valleien, maar tegelijk rij je door een landschap waar mensen al tienduizenden jaren vóór ons rondliepen. Dat geeft deze 212 kilometer toch net wat extra karakter.

Argonne Rondrit – Verdun, bossen & stille binnenwegen
Grand Est · 265 km
Argonne Rondrit – Verdun, bossen & stille binnenwegen ±265 km Deze rondrit begint in Sainte-Menehould, midden in de Argonne. Vanaf hier trek je al snel een landschap in dat heerlijk past bij motorrijden: lange rustige wegen, bosrijke heuvels en kleine Franse dorpen waar de tijd soms lijkt stil te staan. Via Clermont-en-Argonne en Varennes-en-Argonne gaat de route verder noordwaarts. Dit is geen streek van grote toeristische drukte of overvolle wegen. Juist de rust maakt het hier zo aantrekkelijk. Je hebt alle ruimte om lekker te rijden en onderweg het landschap echt in je op te nemen. Daarna volgt het traject richting Grandpré, Buzancy en Le Chesne. De wegen slingeren hier door een afwisselend decor van landbouwgrond, bossen en open heuvels. Geen extreme bergpassen, maar wel precies die Franse D-wegen waarop je vanzelf in een lekker ritme komt. Via Stenay buigt de route weer naar het zuiden en kom je steeds dichter bij een streek die zwaar getekend is door de geschiedenis. Rond Montfaucon-d’Argonne en later richting Verdun is de Eerste Wereldoorlog nooit ver weg. Dat geeft deze rit ook iets extra’s. Het is niet alleen een mooie motorroute, maar ook een route door een gebied waar op bijna iedere paar kilometer wel een monument, begraafplaats of historische plek te vinden is. Bij Verdun is het daarom zeker de moeite waard om even van de motor te stappen. De stad en de omgeving vormen één van de bekendste historische gebieden van Frankrijk. Na Verdun gaat de route verder via Souilly, Triaucourt-en-Argonne en Givry-en-Argonne. Langzaam keer je weer terug naar het groen en de rust van de Argonne. Uiteindelijk kom je weer uit in Sainte-Menehould, waar de rondrit na ongeveer 265 kilometer compleet is. Wat deze route sterk maakt, is dat hij nergens overdreven spectaculair probeert te zijn. Het is gewoon een hele fijne Franse motorrit: weinig drukte, lekker sturen, veel groen en onderweg genoeg interessante plekken om even te stoppen. Zo’n route waar het vooral draait om lekker rijden en genieten van de rust. 🏍️

Normandië D-Day Kustroute – Rijden door geschiedenis
Normandië · 142 km
Normandië D-Day Kustroute – Rijden door geschiedenis Sommige motorroutes zijn bijzonder vanwege de spectaculaire bergpassen of eindeloze bochten. Deze route langs de Normandische D-Day-kust maakt indruk om een heel andere reden. Hier rijd je door een gebied waar geschiedenis en prachtige kustwegen samenkomen. Deze route voert je langs de beroemde invasiestranden van 6 juni 1944, indrukwekkende kliffen, sfeervolle vissersplaatsen en karakteristieke Normandische dorpjes. Onderweg wisselen rustige kustwegen, glooiende binnenwegen en historische locaties elkaar voortdurend af. Het is geen route om zo snel mogelijk af te leggen, maar juist eentje waarbij je regelmatig afstapt om de omgeving echt in je op te nemen. 🏍️ Waarom je deze route wilt rijden Deze route combineert ontspannen motorrijden met één van de meest indrukwekkende historische gebieden van Europa. Je rijdt langs de beroemde invasiestranden Utah Beach, Omaha Beach, Gold Beach, Juno Beach en Sword Beach, waar overal monumenten, musea en begraafplaatsen herinneren aan de gebeurtenissen tijdens D-Day. Tussen de historische locaties door geniet je van rustige kustwegen met uitzicht over Het Kanaal, kleine vissershavens en gezellige Franse terrasjes waar het heerlijk pauzeren is. 🛣️ Wegkwaliteit De wegen langs de Normandische kust zijn uitstekend onderhouden en ideaal voor ontspannen toeren. Brede provinciale wegen worden afgewisseld met kleinere kustwegen die zich langs de kliffen en stranden slingeren. Het bochtenwerk is niet technisch, maar juist vloeiend en overzichtelijk. Daardoor is deze route geschikt voor iedere motorrijder, ongeacht ervaring of type motor. ⛽ Praktische informatie Tankstations zijn onderweg ruim voldoende aanwezig en vrijwel iedere grotere plaats beschikt over restaurants, cafés en supermarkten. Tijdens de zomermaanden kan het rondom de bekendste D-Day-locaties drukker zijn. Een vroege start zorgt voor de meeste rust op zowel de wegen als bij de bezienswaardigheden. 🌤️ Beste reisperiode Deze route is het mooist van april tot en met oktober. In het voorjaar zorgen bloeiende weilanden en frisse temperaturen voor ideale rijomstandigheden. De zomer brengt gezellige terrassen en levendige kustplaatsen, terwijl september vaak aangenaam rustig is met nog steeds prima weer. Houd langs de kust altijd rekening met een frisse zeewind, ook op zonnige dagen. 📍 Hoogtepunten onderweg 🇺🇸 Utah Beach – Eén van de beroemde Amerikaanse landingsstranden. 🇺🇸 Omaha Beach – Indrukwekkend strand met diverse monumenten en musea. 🇬🇧 Gold Beach – Historische Britse landingszone. 🇨🇦 Juno Beach – Canadese landingsplaats met een uitstekend bezoekerscentrum. 🇬🇧 Sword Beach – Oostelijkste invasiestrand van D-Day. ⚓ Arromanches-les-Bains – Bekend om de resten van de kunstmatige Mulberry-haven. 🕊️ Normandy American Cemetery – Indrukwekkende Amerikaanse militaire begraafplaats boven Omaha Beach. 🏰 Karakteristieke Normandische kustdorpen en vissershavens. 🍽️ Genieten van Normandië Normandië staat bekend om haar uitstekende keuken. Onderweg kom je talloze restaurants tegen waar je kunt genieten van verse vis, oesters, mosselen, Camembert en de beroemde Normandische cider. Langs de kust zijn volop gezellige terrasjes te vinden waar je met uitzicht op zee even kunt bijkomen voordat de route verdergaat. 💡 MOTORIDE Tip Plan voldoende tijd in voor deze route. Niet omdat de kilometers zwaar zijn, maar omdat je onderweg voortdurend verleid wordt om ergens te stoppen. Bezoek één of twee musea, wandel even over Omaha Beach of neem rustig de tijd bij de indrukwekkende militaire begraafplaatsen. Deze route beleef je niet alleen op de motor, maar ook door af en toe af te stappen. 🏍️ MOTORIDE-oordeel De D-Day-kustroute is misschien niet de meest uitdagende stuurroute van Europa, maar wel één van de meest indrukwekkende. De combinatie van prachtige kustwegen, historische locaties en de ontspannen Franse sfeer maakt dit een route die iedere motorrijder minstens één keer gereden zou moeten hebben. ⭐⭐⭐⭐⭐ 5/5 – Een unieke motorroute waar indrukwekkende geschiedenis, prachtige kustlandschappen en ontspannen toeren perfect samenkomen.

Ardèche & Drôme Grand Tour
Provence-Alpes-Côte d'Azur · 786 km
Ardèche & Drôme Grand Tour De Ardèche & Drôme Grand Tour is een grote Franse streekroute voor motorrijders die niet op zoek zijn naar een kort ommetje, maar naar een rit met echte inhoud. Met een track van ongeveer 786 kilometer is dit duidelijk geen standaard dagrit, maar een forse lus die je het best kunt zien als een grand tour of als een route die je in etappes rijdt. Juist dat maakt hem interessant voor MOTORIDE. De combinatie van Ardèche en Drôme is voor motorrijders een hele aantrekkelijke. Beide regio’s staan bekend om hun afwisseling, karakter en fijne wegen, en samen vormen ze een gebied waar je echt het gevoel krijgt op reis te zijn in plaats van alleen maar een route af te werken. Dat maakt deze GPX niet alleen lang, maar ook inhoudelijk sterk. Basisinfo Naam: Ardèche & Drôme Grand Tour Regio: Ardèche / Drôme / Zuid-Frankrijk Afstand: ca. 786 km Type route: lusroute Sfeer: grote streeklus, Zuid-Frankrijk, roadtripgevoel

De Grote Bretagne Route
Bretagne · 853 km
Bretagne Grand Tour De Bretagne Grand Tour is geen route voor een snelle middagrit, maar een grote streekroute voor motorrijders die echt willen rondtrekken door één van de meest karaktervolle regio’s van Frankrijk. Met een track van ongeveer 853 kilometer is dit duidelijk geen gewone dagrit, maar een route die je veel beter kunt zien als een meerdaagse motortrip of een stevige roadtrip-etappe door Bretagne. Juist dat maakt deze route interessant. Bretagne heeft een heel eigen sfeer, met een mix van kust, open landschap, kleinere wegen en dat typische gevoel van een regio die je niet even vluchtig meepakt, maar echt moet beleven. Dit is dan ook geen route die alleen draait om snelle bochten of bekende bergpassen, maar veel meer om het totaalplaatje van rijden, ontdekken en onderweg zijn.

Mopedreise Grand Tour
Auvergne-Rhône-Alpes · 2302 km
Mopedreise Grand Tour De Mopedreise Grand Tour is geen route die je even op een vrije middag meepakt, maar een complete motorreis voor rijders die echt op pad willen. Met een lengte van ongeveer 2300 kilometer is dit geen dagrit, geen weekendroute en ook geen gewone verbindingsroute, maar een serieuze meerdaagse tocht die je het best ziet als een complete reis in etappes. Precies dat maakt deze route interessant voor MOTORIDE: dit is het soort GPX dat niet draait om een paar mooie uurtjes sturen, maar om het grote avontuur van meerdere dagen onderweg zijn. Wat dit soort routes sterk maakt, is dat ze iets heel anders toevoegen dan de standaard dagritten. Hier gaat het niet om snel even een rondje rijden en weer terug, maar om het opbouwen van een reisgevoel. Je vertrekt in de ene regio en eindigt pas veel later in een andere omgeving, met onderweg genoeg afstand en afwisseling om echt het gevoel te krijgen dat je op motorvakantie bent. Dat is een ander type beleving dan een dagroute, en juist daarom heeft zo’n bestand waarde in de app. Voor MOTORIDE zou ik deze route dan ook duidelijk positioneren als een meerdaagse motorreis. Niet voor iedereen, niet voor even tussendoor, maar juist voor rijders die een complete trip willen plannen en daar een stevige basisroute voor zoeken. In die vorm is deze GPX niet alleen bruikbaar, maar juist een sterke toevoeging, omdat hij laat zien dat de app niet alleen korte routes en losse dagritten bevat, maar ook echte reisroutes met serieus avontuur in zich.

Van Provence naar Perpignan
Provence-Alpes-Côte d'Azur · 281 km
Een heerlijke Zuid-Franse etappe die je vanuit de regio Provence langzaam richting Perpignan en de westelijke Middellandse Zee brengt. Dit is zo’n route die perfect werkt als tweede rijdag van een grotere trip: lekker afstand maken, maar ondertussen wél genieten van het landschap, het mediterrane gevoel en het idee dat je steeds verder het zuiden in trekt. Geen korte speelroute dus, maar een mooie verbindingsrit met karakter — ideaal voor motorrijders die onderweg net zoveel willen beleven als op de eindbestemming zelf. Een sterke etappe voor wie richting de Pyreneeën of Noord-Spanje trekt. Basisinfo Naam: Van Provence naar Perpignan Regio: Provence / Zuid-Frankrijk / richting Perpignan Afstand: ca. 281 km Type route: doorgaande route Startpunt: regio Martigues / Marseille Eindpunt: regio Perpignan Sfeer: mediterrane rijdag, verbindingsrit, zuidelijk Frankrijk

Perpignan - Pamplona
Occitanië · 680 km
Een lange en indrukwekkende route van Zuid-Frankrijk richting Noord-Spanje, met de Pyreneeën als decor. Deze rit voelt echt als een overgangsroute: je vertrekt vanuit de omgeving van Perpignan en werkt je langzaam richting Pamplona, waarbij het landschap onderweg steeds meer het karakter krijgt van een echte berg- en grensroute. Dit is geen kort ontspannen ommetje, maar een serieuze rijdag voor motorrijders die graag afstand maken en onderweg willen genieten van afwisseling, uitzicht en het gevoel van echt onderweg zijn. Een mooie verbindingsrit voor wie een grotere trip rijdt en niet zomaar van A naar B wil, maar ook onderweg al volop wil genieten. Basisinfo Naam: Van Perpignan naar Pamplona Regio: Zuid-Frankrijk / Pyreneeën / Noord-Spanje Afstand: ca. 680 km Type route: doorgaande route Startpunt: regio Perpignan Eindpunt: regio Pamplona Sfeer: lange rijdag, grensroute, berggevoel, reisrit

From Halle to Col de Bussang via the nature parcs of Ardennes and Lorraine
Grand Est · 501 km
Snelle heenrit vanuit België naar motorhotel Col de Bussang in de Vogezen.

Corsica dag 5– De Bergkam-Afdaling naar Bastia
Corsica · 226 km
Deze route is de ultieme afscheidsrit van het eiland. Je verlaat de ruige toppen van het binnenland en slingert via panoramische wegen die over de rug van de bergen lopen (de Corniche) langzaam omlaag. Het contrast tussen de koele berglucht en de warme zeewind bij Bastia maakt dit een zintuiglijke ervaring van jewelste. MOTORIDE Route-Statistieken 📊 Land: Frankrijk (Corsica) 🇫🇷. Karakter: Vloeiender dan de voorgaande dagen, maar nog steeds vol met die typische Corsicaanse slingers. Veel "balkon-wegen" met weidse uitzichten. Hoogtepunten: De doortocht door de Nebbio-regio, uitzichtpunten over de Etang de Biguglia en de spectaculaire daling richting de haven van Bastia. Wegdek: Goed asfalt op de hoofdwegen, maar de kleinere verbindingswegen kunnen smal en hobbelig zijn.

Corsica dag 4– De Kastanjebossen van Castagniccia
Corsica · 294 km
Deze route voert je weg van de toeristische kust naar het kloppende, groene hart van het eiland. De Castagniccia is een labyrint van duizenden bochten, verborgen bergdorpjes en een natuur die zo dicht is dat de zon nauwelijks de weg raakt. Dit is Corsica op zijn puurst, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. MOTORIDE Route-Statistieken 📊 Land: Frankrijk (Corsica) 🇫🇷. Karakter: Extreem bochtig, spiritueel en rustig. Veel "blinde" bochten en smalle passages. Hoogtepunten: De afgelegen dorpen zoals Piedicroce, de oude kloosters en de afdaling richting de oostkust met uitzicht op de Tyrrheense Zee. Wegdek: Karaktervol. Verwacht hier en daar wat grind, loslopende varkens en hobbelig asfalt.

Corsica dag 3 – De Zuidelijke Wildernis & Bonifacio
Corsica · 319 km
Waar de vorige dagen draaiden om rode rotsen en bergen, brengt dag 3 je naar het uiterste zuiden. Je rijdt door de Alta Rocca, een gebied vol dichte bossen en granieten pieken, om uiteindelijk uit te komen bij de indrukwekkende kalkstenen kliffen van Bonifacio, waar je bij helder weer Sardinië ziet liggen. MOTORIDE Route-Statistieken 📊 Land: Frankrijk (Corsica) 🇫🇷. Karakter: Zeer gevarieerd. Van snelle vloeiende wegen in de valleien naar extreem technische haarspeldbochten in de Alta Rocca. Hoogtepunten: De Col de Bavella (met zijn beroemde 'naalden'), de prehistorische vindplaatsen rond Sartène en de spectaculaire aankomst in de haven van Bonifacio. Wegdek: Over het algemeen goed, maar in het binnenland kun je smalle passages tegenkomen waar het asfalt wat ruwer is.

Corsica dag 2– De Calanques & Rode Rotsen
Corsica · 319 km
Waar dag 1 de ruige noordkant verkende, gaat dag 2 voor de absolute visuele overdaad. Je rijdt door een landschap van bloedrode granietrotsen die loodrecht in de turquoise zee vallen. De weg is hier uit de rotsen gehouwen en biedt bochten die zo scherp en spectaculair zijn dat je ze nooit meer vergeet. MOTORIDE Route-Statistieken 📊 Land: Frankrijk (Corsica) 🇫🇷. Karakter: Visueel overweldigend, smal, toeristisch (pas op voor bussen!) en technisch uitdagend. Hoogtepunten: De Calanques de Piana (UNESCO Werelderfgoed), de kloof van Spelunca en de grillige kustlijn tussen Porto en Piana. Wegdek: Goed, maar de weg is vaak erg smal met overhangende rotsen. Concentratie is vereist!

Corsica dag 1 – De Wilde Noorderlus
Corsica · 283 km
Corsica wordt niet voor niets het "Eiland van de Schoonheid" genoemd. Voor motorrijders is het één grote aaneenschakeling van bochten; er is letterlijk geen honderd meter weg die recht is. Deze specifieke dagetappe voert je door het ruige binnenland en langs de spectaculaire kustlijnen van de Haute-Corse. MOTORIDE Route-Statistieken 📊 Land: Frankrijk (Corsica) 🇫🇷. Karakter: Zeer technisch, smalle wegen, constante bochten en enorme hoogteverschillen. Hoogtepunten: De doortocht door de Desert des Agriates, de panoramische uitzichten over de Middellandse Zee en de geur van de 'Maquis' (het typische Corsicaanse struikgewas). Wegdek: Wisselend. Van strak asfalt tot smalle, hobbelige bergpaden waar je zomaar een kudde varkens of koeien op de weg kunt tegenkomen.

Route de la Lavande
Auvergne-Rhône-Alpes · 309 km
Deze route voert je door het hart van de Provence, langs uitgestrekte lavendelvelden, rustige departementale wegen en kleine dorpen waar de tijd lijkt stil te staan. Dit is geen route om te haasten, maar eentje om op adem te komen — motor aan, tempo omlaag, zintuigen open. De weg slingert door licht heuvelachtig landschap met lange bochten en goed overzicht. In de zomer kleuren de velden paars en hangt de geur van lavendel constant in de lucht, wat deze rit een bijna meditatief karakter geeft. Je rijdt hier niet om scherp te sturen, maar om in een fijn ritme te komen en het landschap te laten werken. Onderweg kom je langs stille gehuchten, open plateaus en stukken waar je kilometers ver kunt kijken. Het asfalt is over het algemeen goed en het verkeer beperkt, vooral buiten het hoogseizoen. Regelmatig nodigt de route uit tot een korte stop — foto maken, koffie drinken, gewoon even kijken. Deze route is perfect als ontspannen dagrit, maar ook ideaal als verbindingsroute binnen een langere Provence- of Zuid-Frankrijk-trip.

Tournon sur Rhône
Auvergne-Rhône-Alpes · 231 km
Deze route neemt je mee vanuit Tournon-sur-Rhône het hart van de Ardèche in. Een streek die bekendstaat om haar perfecte motorwegen: rustig asfalt, constant ritme en een landschap dat nooit verveelt. Dit is zo’n rit waarbij je niet hoeft te pushen om plezier te hebben — het loopt vanzelf. Vanaf Tournon laat je de Rhônevallei achter je en klim je langzaam de heuvels in. De wegen worden smaller, bochtiger en vooral stiller. Je rijdt door wijngebieden, bossen en kleine dorpjes waar het tempo vanzelf zakt en het genieten begint. De route wisselt mooi af tussen vloeiende bochten en korte technische stukken, zonder extreem te worden. Wat deze rit sterk maakt, is de variatie. Open stukken met uitzicht over de vallei worden afgewisseld met beschutte wegen door groen en rotsachtig terrein. Het asfalt is overwegend goed en het verkeer minimaal, waardoor je echt in je eigen ritme kunt blijven rijden. Deze route is perfect als dagrit, maar werkt ook uitstekend als onderdeel van een meerdaagse Ardèche-trip.

Tour de France-passen
Frankrijk · 301 km
Dit is de langste route en voert ons vanaf de A-138 via Bielsa naar Frankrijk, over de bekende passen van de Tour de France zoals de Coll du Tourmalet en de Col d'Aspin op een hoogte van meer dan 2000 meter.

Col de Buret -Col de Mente - Col de portret d'Áspet
Pyreneeën · 276 km
Prachtige motorroute over 3 cols. Via Saint-Gaudens en Aspet naar de Pyreneeën toe. Dan over de Col de Buret, Col de Menté en Col de Portet d'Aspet. Dan richting Buzan, Saint Girons en binnendoor via Mane, Tournas en Montbernard weer terug.
Pyreneeën – Saint-Gaudens & cols
Pyreneeën · 245 km
Deze route voert je dwars door het hart van de Franse Pyreneeën, met Saint-Gaudens als logisch start- en eindpunt. Verwacht lange bergpassen, technisch bochtenwerk en indrukwekkende panorama’s. Dit is zo’n rit waarbij je continu denkt: dit is waarom ik motor rijd. De route is perfect voor ervaren toerrijders die houden van hoogtemeters, flow en variatie, zonder onnodige snelwegkilometers. 🛣️ Wat kun je verwachten? 🏔️ Iconische Pyreneeënpassen 🔄 Afwisselend snelle doordraaiers en technische haarspelden 🌄 Spectaculaire uitzichten en bergdalen 🚦 Rustige wegen met weinig verkeer (buiten hoogseizoen) ☕ Genoeg mogelijkheden voor stops in bergdorpjes en op passen 🔥 Rijgevoel Deze route heeft een heerlijk ritme: klimmen, draaien, afdalen — en dat de hele dag door. De wegen zijn overwegend goed van kwaliteit en nodigen uit tot vloeiend rijden, zonder dat het extreem wordt. Perfect om meters te maken én te genieten.

Dordogne-Natuurpark-causses du Quercy
Dordogne · 200 km
Heuvellige bochtige motorroute in de Dordogne door het Nationalpark des Causses du Quercy, 200km Een heerlijke motorroute, start en eindpunt is in Gourdon, dan binnendoor richting Rocamadour, Carlucet en langs Lauzès naar Carbrerets en Marcilhac-sur-Célé. Dan een stuk langs de rivier Lot om weer binnendoor richting Cours, Cras en Saint-Chamarand.

7 delige motorroute door de Auvergne in Frankrijk.
Auvergne · 1049 km
De Auvergne is een paradijs voor motorrijders: rustige wegen, eindeloze bochten, vulkanisch landschap en nauwelijks verkeer. Deze 7-daagse motorreis laat je elke dag een ander gezicht van de regio zien, zonder lange snelwegstukken en met maximale focus op genieten. Elke dag is uitgewerkt als een afzonderlijke dagrit, zodat je flexibel bent in planning, overnachtingen en tempo. 📅 Dag 1 – Warmdraaien in het vulkanenland Een ontspannen start door het groene hart van de Auvergne. Glooiende wegen, open vergezichten en meteen dat typische gevoel: hier wil je rijden. Perfect om erin te komen na de heenreis. 📄 GPX: 1sur7Auvergne.gpx 📅 Dag 2 – Bochten, meren en hoogvlaktes Vandaag gaat het tempo iets omhoog. Mooie bochtencombinaties wisselen af met stille meren en uitgestrekte hoogvlaktes. Een dag waarop het rijden vanzelf gaat en de kilometers verdwijnen. 📄 GPX: 2sur7Auvergne.gpx 📅 Dag 3 – Vulkanen en panorama’s Je rijdt dwars door het vulkanische hart van de regio. Hoogteverschillen, brede bochten en fantastische uitzichten maken dit een echte wow-dag. Neem de tijd voor stops — hier wil je foto’s maken. 📄 GPX: 3sur7Auvergne.gpx 📅 Dag 4 – Technischer en speelser Meer ritme, meer sturen. Smalle wegen, korte bochten en stukken waar je volledig opgaat in het rijden. Dit is zo’n dag waarop je ’s avonds met een grote grijns van de motor stapt. 📄 GPX: 4sur7Auvergne.gpx 📅 Dag 5 – Rust, ruimte en karakter Een iets rustiger dag qua tempo, maar landschappelijk ijzersterk. Open stukken, dorpjes waar de tijd stil lijkt te staan en wegen die je bijna voor jezelf hebt. 📄 GPX: 5sur7Auvergne.gpx 📅 Dag 6 – De ultieme rijdersdag Veel bochten, veel flow. Dit is een dag voor motorrijders die houden van lijn kiezen, tempo vasthouden en kilometers maken zonder stress. Eén van de sterkste rijdagen van de trip. 📄 GPX: 6sur7Auvergne.gpx 📅 Dag 7 – Afsluiten in stijl De laatste dag combineert alles wat deze reis zo goed maakt: mooie wegen, afwisselend landschap en een ontspannen einde. Ideaal om nog één keer volop te genieten voordat de terugreis begint. 📄 GPX: 7sur7Auvergne.gpx

Routes des grandes alpes
Alpen · 682 km
Deze route is er eentje voor de boeken. Vanaf het eerste routepunt in Thonon-les-Bains, aan de oevers van het Meer van Genève, begint een epische motorreis dwars door de Franse Alpen. Dit is geen simpele dagrit, maar een échte ontdekkingstocht — kilometer na kilometer door steeds wisselende landschappen. De route voert je over talloze Alpenpassen en maakt deel uit van de iconische Route des Grandes Alpes. Het karakter van de wegen wisselt voortdurend: van vloeiende dalwegen tot hoogalpiene klimmen boven de boomgrens. Elke pas heeft z’n eigen sfeer, z’n eigen ritme en z’n eigen beloning in de vorm van uitzicht. Wat deze route zo bijzonder maakt, is de opbouw. Je rijdt van groene Alpenweiden naar ruige bergmassieven, door kleine bergdorpen en langs stille valleien. Het asfalt is over het algemeen uitstekend en gemaakt om te rijden — niet gehaast, maar met aandacht en respect voor de omgeving. Hoe verder je naar het zuiden komt, hoe warmer en ruiger het landschap wordt. De Alpen maken langzaam plaats voor een meer mediterraan gevoel. De afdaling richting de Côte d’Azur voelt bijna surrealistisch na al die bergkilometers. Het eindpunt in Menton, aan de Middellandse Zee, is de perfecte afsluiter. Na dagen (of een lange rit) vol passen en panorama’s sta je ineens tussen palmen, zee en zon. Motor uit, helm af — en beseffen wat je zojuist gereden hebt. Dit is geen route die je “even” doet. Dit is een route die je meemaakt.

Roundtour to the Galibier and Telegraphe and Route des Grandes Alpes XXL
alpen · 231 km
Vanaf het eerste routepunt rijd je meteen de Franse Alpen in voor een dag die alles heeft wat een grote Alpenrit zo legendarisch maakt. Geen opwarmkilometers: al snel voel je hoogteverschil, ruimte en dat typische Alpengevoel waarbij elke bocht belooft dat er nóg meer moois aankomt. De route bouwt rustig op richting de Col du Télégraphe. Deze pas is een perfecte opener: vloeiend, overzichtelijk en heerlijk om ritme te maken. De bochten volgen elkaar logisch op en het uitzicht wordt met elke kilometer weidser. Ideaal om in de flow te komen voordat het echte werk begint. Na de Télégraphe volgt het absolute hoogtepunt van de dag: de Col du Galibier. Dit is Alpenrijden in hoofdletters. De klim is indrukwekkend, het landschap ruig en boven de boomgrens voel je de grootsheid van de bergen. Haarspelden, open stukken en lange doorkijkjes maken dit tot een pas die je niet snel vergeet. Bovenop is stoppen bijna verplicht — voor het uitzicht én het besef dat je hier echt gereden hebt. De route maakt deel uit van de iconische Route des Grandes Alpes, en dat merk je. De wegen zijn gemaakt om te rijden: goed asfalt, mooie lijnen en een perfecte balans tussen technisch en ontspannen. Het XXL-karakter zit ’m in de lengte, de afwisseling en het gevoel dat je een complete Alpenklassieker afvinkt. Na de grote passen blijft het genieten. De afdaling is minstens zo mooi, met lange bochten en open dalen waar je het tempo weer rustig kunt laten oplopen. Deze route vraagt geen haast — hij nodigt uit om elke kilometer mee te pakken. Aan het eind van de rit stap je af met dat typische gevoel dat alleen een échte Alpenklassieker geeft: voldaan, onder de indruk en met een hoofd vol bochten en bergpanorama’s.
