
HI Ambacht - Haamstede
📝 Beschrijving
Er zijn gebieden in Nederland waar men niet zo snel een motortoertochtje doorheen zal maken. De gedachten is vaak het is er saai en vlak. Meestal betekend dit ook dat het landschap nog niet is aangetast en ontsiert door industriebouwsel. Dit zijn nou net de gebieden die we allemaal willen, rust, landschappelijk mooi, weinig verkeer, oude dorpjes en puur natuur. Tot deze gebieden behoren Hoeksche Waard, Voorne Putten en Goeree-Overflakkee. Het wat meer toeristische Schouwen-Duiveland voldoet ook aan deze wensen, daarom bekijken we ook dit gedeelte van Nederland. De Zuid-Hollandse eilanden zijn tegenwoordig allemaal via dammen, bruggen en tunnels goed te bereiken. Een van de eerste eilanden die we aandoen is IJsselmonde met als bestemming Heerjansdam. Toerend door een kassengebied, met groepjes fietsers voorzien van een rugzak, langs een caravanhandelaar die via een show zijn sleephutten probeert te slijten, gaat het naar Heerjansdam. In het centrum aangekomen, vallen direct de kerk uit de 15e eeuw en enkele panden met zadeldaken aan de Molenweg op. Een wandeling door de recreatiegebieden gelegen langs Waal en Oude Waal zou op dit ogenblik, mede ook door de aanwezige camping en gezellige horecagelegenheden, een genoegen zijn. Maar we zitten nog maar net en rijden via de Heinenoordtunnel de Hoeksche Waard binnen. Over een B wegje ontsnappen we aan de drukte en vergapen ons in Heinenoord en Goidschalxoord aan oude gezellige huisjes en aan de drie hofstede van Heinenoord: Oost-Leeuwenstein uit 1763, Midden-Leeuwenstein (1851) en West-Leeuwenstein uit 1762. Hier ligt ook het streekmuseum De Hoeksche Waard dat gevestigd is in het Hof van Assendelft en oude klederdrachten, werktuigen voor oude ambachten en een boerenkeuken uit 1700 laat zien. Komt u toevallig met het paard langs, dan is hij in de Dorpsstraat bij de Rijksgediplomeerde Hoefsmid te beslaan. Maar er dreigt ook verval in de twee plaatsjes, dit is duidelijk te zien aan enkele vervallen huisjes en aan de ruïne van de molen in Goidschalxoord. Langs de Oude Maas met een vogelnatuurgebied, voert de weg naar het haventje van Oud Beijerland, waar de Vliet het stadje in twee delen splitst. Het gedeelte tussen Spui en Dordtse Kil dat we nu gaan doorkruisen heeft nog echte plattelandsdorpjes. Hier is geheel geen industrie en van een ochtendspits heeft men hier geen last. Het industriegebied ligt ver weg, helemaal aan de andere kant van het water bij Pernis en Europoort. Vele gehuchtjes hebben geen kern, maar bestaan uit een aantal huisjes links en rechts aan een dijk en hebben namen als Greup, Zinkweg en Zuidzijde. Het enige minpuntje dat hier de rust verstoort, is de strakke A29, die dwars door het landelijke gebied raast. Deze snelweg passeren we enkele malen door over de met bomen afgezoomde dijken en viaducten te toeren. De wegen stralen hier een rust uit, die ons verplicht om kalm te rijden en om te genieten van het vlakke land en de eenzaamheid. Dit is het land van grote boerenbedrijven, aardappelen en groente. In de verte zien we de molen en puntige kerktoren van Westmaas, die ver boven het maaiveld uitsteken. Pruttelend over de dijk op weg naar Piershil, ligt beneden ons het omzoomde kerkhof van Klaaswaal, dat opvalt door zijn grote oppervlakte. Trek gekregen, zien we in Piershil rechts een klein cafeetje dat ook nog open blijkt te zijn. Wij stappen binnen bij de Drie Linden en gebruiken daar de ochtendkoffie. Een vlugge blik op de menukaart leert ons dat je hier voor goed 25 gulden diverse palinggerechten kan eten, maar het is voor deze lekkernij nog te vroeg. Even later draaien we het poldergebied Nieuw Beijerland en Nieuw Piershil in, dat in 1582 ingedijkt is en een oppervlakte heeft van 1610 ha. Door Piershil rijdend richting het veer van Nieuw Beijerland, passeren we twee mooie intact zijnde molens de Simonia uit 1714 en de Swaen uit 1703. Een paar blikken verder, zien net de achterkant of, zoals later bleek, ook de voorkant van het pontje naar Voorne-Putten vertrekken. Gezien de geringe afstand naar de overkant, is hij snel weer terug en 15 minuten later buigen we dan ook scherp naar links om langs de dijk die het land moet beschermen tegen het water van het Spui, op weg te gaan naar Hellevoetsluis. Lekker vlot rijdend gaat het langs verschillende jachthaventjes en het natuurgebied Bernisse met zijn watergemaal. Hier is het even dimmen en gaat het toeren over in slingeren en sturen over en onderlangs de dijk tot in het mooie vestigingsstadje Hellevoetsluis. Daar rijden we het oude centrum in en vinden wat we zoeken, o.a. goed intact gebleven wallen rondom de stadskern, een statige korenmolen uit 1801 met de naam de Hoop en het oudste droogdok van Nederland dat bij de Haven ligt. Hellevoetsluis dat bij het aantrekkelijke Haringvliet ligt, heeft ook verschillende museums zoals, het Rijdend Tramwegmuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Verder, langs het natuurgebied de Voorne Duinen en over de Haringvlietdam met een fascinerend uitzicht over het Haringvliet met zijn grote sluizen. Na een blik op de Expo en de Havens van Stellendam, krijgen we zin in een lekker visje. We parkeren de motoren bij restaurant De Goede Reede en omdat een vis moet zwemmen nemen we er ook een lekker wit huiswijntje bij. Met een voldaan gevoel zwaaien we het been over de buddy en brengen weer wat beweging in de luie rechter pols, hetgeen nodig is om in Goedereedete kunnen komen. Het plaatsje binnenrijdend trekt bij het grachtje met het oude haventje een beeldje onze aandacht. Het is een zittende vrouw met een pan pek op haar schouder en twee kanonnen in de omgeving. Het blijkt een symbool te zijn voor de verdediging van Goedereede op 22 juli 1490. Terwijl de mannen op de zee aan het vissen waren, vielen "De Hoeksen" het stadje aan. De vrouwen moesten toen wel het verdedigende werk doen en namen daarvoor kokende teer en pek. Na een gevecht van zeven uur droop de vijand letterlijk en figuurlijk af. Dit was voor hun een gouden overwinning, want Goedereede lag toen aan open water en de handel met Engeland was van behoorlijke betekenis. Dit is nog te zien aan het karakteristieke haventje met oude panden, kleine restaurantjes en nostalgische straatjes. Ook de zeemeeuwen zijn het niet vergeten en bevolken in grote getale de aanwezige heipalen langs de Bekaf. In de Varkensmarkt zien we links een indrukwekkende toren, het blijkt een kerktoren te zijn, die al snel tot 1912 dienst is gaan doen als vuurtoren. Via kleine vredige achterliggende straatjes, dringen we daarna door tot het diepste van Goeree Overflakkee. Dit gedeelte langs de kust is, mede door de leuke huisjes die we over smalle wegjes passeren, de aanwezige bossen, vennen en niet op de laatste plaats door de Kwaden Hoek, een natuurgebied van uitzonderlijke schoonheid. De naam Kwaden Hoek stamt uit 1800 en is ontstaan omdat de zandplaten een gevaar vormden voor de schippers. De aanwezige duinen zijn pas in de laatste honderd jaar ontstaan. Regelmatig dringt de zee het land nog binnen en slaan er hele stukken duin weg. Later begint dan de begroeiing weer en vormen zich nieuwe duinen. Het is opvallend hoeveel planten en dieren juist in zo'n gebied leven, zoals de zeepostelein, zeeweebree, zeeaster en blauwe zeedistel. Er lopen ook reeën rond, die hier voldoende voedsel en dekking vinden. Zo ook de konijnen die vaak op het menu staan van de aanwezige bunzing en hermelijn. De konijnenholen vormen op zich weer een nestje voor bergeenden en tapuit. De kluut, scholekster en strandplevier vinden een broedplaats op de vlakke delen van de Kwaden Hoek. Het struikgewas is bestemd voor kneu en heggemus. Tijdens de jaarlijkse najaarstrek, strijken massa's trekvogels neer en doen zich te goed aan duindoornbessen en bramen. De Kwaden Hoek is ook uniek door zijn aanwezige schorren, hetgeen een begroeid terrein is waar de zee nog vrij spel heeft en planten groeien zoals zeekraal, kweldergras, zeerus en schorrenzoutgras. Het is tevens een broedplaats voor weidevogels o.a. de kievit, veldleeuwerik en de grutto. Het gebied is vrij toegankelijk, maar i.v.m. de aanwezige teken, hetgeen kleine spinnetjes zijn die zich vast zuigen aan de huid en ziektes kunnen veroorzaken, is het aan te raden om beschermende kleding en laarzen te dragen. Na genietend van al het schoons, rijden we Ouddorp binnen en krijgen we vanaf hier een combinatie van natuur en toerisme. Langs de volop in gebruik zijnde molen De Hoop, tussen campings, spelende kinderen en duinen door slingerend, op weg naar het Grevelingenmeer. In de verte steek statig de vuurtoren van Ouddorp ver boven de duinen uit. Na het viaduct de Punt gepasseerd te hebben, staan we even in twijfel, zijn we verkeerd gereden, rijden we met al die wit/zwarte kentekens nog wel in Nederland? Het is een komen en gaan van Duitsers die met volgeladen imperialen en afgeladen campers de Grevelingen komen bezoeken om hier hun geliefde surfsport te bedrijven. Het is een schitterend gezicht al die plankjes met zeilen, de haven van Port Zélande en de volle terrasjes en restaurants. Langs het Aquadome, door Scharendijkeen dan naar het in 1285 ontstane Brouwershaven, dat nu een stil stadje vol herinneringen aan vervlogen tijden is. Als we het plaatsje binnenrijden, kijkt de uit 1724 stammende korenmolen de Haan over ons heen. Lang was de rede van Brouwershaven een van de beste van Nederland, het was tot 1872 de overlaadplaats voor Rotterdam. Met het openstellen van de Nieuwe Waterweg is hier een einde aan gekomen. Het plaatsje heeft een leuke haven met gezellige restaurantjes en een mooi stadhuis met natuurstenen gevel uit 1599. Wilt u nog een plasje maken doe het dan hier, want de komende 20 kilometer gaat het langs weilanden, dijken en vennen met rietkragen en door het oude stille stadje Dreischor. Dreischor dankt zijn naam aan drie schorre die in de 14e eeuw bedijkt zijn, heeft een mooie kerkring met oude huisjes en een statige hallenkerk uit 1340. Over wat bredere wegen gassen we door Schuddebeursnaar Zierikzee, waar we op het gezellige Havenplein de zijstandaard naar beneden klappen. Alles lijkt in deze stad uit 829 even oud, maar aangezien onze tijd ook zijn beperkingen heeft, bekijken we de indrukwekkende Zuidhaven- en Noordhavenpoort, beide uit de 15e eeuw. Trek in mosselen, het gehele haventrace is een aanprijzing van deze lekkernij. We besluiten een dagje Zierikzee voor later te bewaren en willen wel eens iets van het uitzicht over de Oosterschelde zien. Dus gaan we via Kerkwerve naar het natuurgebied Flauwers en komen bij een landbouwhaventje waar we een idee krijgen hoe het vroeger gegaan moest zijn. Toen Schouwen-Duiveland nog een eiland was, werd van dit getijhaventje druk gebruik gemaakt om de suikerbieten naar de West Brabantse suikerfabrieken te varen. In de verte ligt een van de oorzaken van de veranderingen, namelijk de Zeelandbrug. Hij ligt als een rots in de branding in het zonlicht te schitteren en de hier aanwezige sportduikers hebben zo hun eigen stekkie gevonden. Nog even de motoren laten bewonderen in Renesse en Burg-Haamstede en dan is het bij de N57 gedaan voor vandaag.
Er zijn gebieden in Nederland waar men niet zo snel een motortoertochtje doorheen zal maken. De gedachten is vaak het is er saai en vlak. Meestal betekend dit ook dat het landschap nog niet is aangetast en ontsiert door industriebouwsel. Dit zijn nou net de gebieden die we allemaal willen, rust, landschappelijk mooi, weinig verkeer, oude dorpjes en puur natuur. Tot deze gebieden behoren Hoeksche Waard, Voorne Putten en Goeree-Overflakkee. Het wat meer toeristische Schouwen-Duiveland voldoet ook aan deze wensen, daarom bekijken we ook dit gedeelte van Nederland. De Zuid-Hollandse eilanden zijn tegenwoordig allemaal via dammen, bruggen en tunnels goed te bereiken. Een van de eerste eilanden die we aandoen is IJsselmonde met als bestemming Heerjansdam. Toerend door een kassengebied, met groepjes fietsers voorzien van een rugzak, langs een caravanhandelaar die via een show zijn sleephutten probeert te slijten, gaat het naar Heerjansdam. In het centrum aangekomen, vallen direct de kerk uit de 15e eeuw en enkele panden met zadeldaken aan de Molenweg op. Een wandeling door de recreatiegebieden gelegen langs Waal en Oude Waal zou op dit ogenblik, mede ook door de aanwezige camping en gezellige horecagelegenheden, een genoegen zijn. Maar we zitten nog maar net en rijden via de Heinenoordtunnel de Hoeksche Waard binnen. Over een B wegje ontsnappen we aan de drukte en vergapen ons in Heinenoord en Goidschalxoord aan oude gezellige huisjes en aan de drie hofstede van Heinenoord: Oost-Leeuwenstein uit 1763, Midden-Leeuwenstein (1851) en West-Leeuwenstein uit 1762. Hier ligt ook het streekmuseum De Hoeksche Waard dat gevestigd is in het Hof van Assendelft en oude klederdrachten, werktuigen voor oude ambachten en een boerenkeuken uit 1700 laat zien. Komt u toevallig met het paard langs, dan is hij in de Dorpsstraat bij de Rijksgediplomeerde Hoefsmid te beslaan. Maar er dreigt ook verval in de twee plaatsjes, dit is duidelijk te zien aan enkele vervallen huisjes en aan de ruïne van de molen in Goidschalxoord. Langs de Oude Maas met een vogelnatuurgebied, voert de weg naar het haventje van Oud Beijerland, waar de Vliet het stadje in twee delen splitst. Het gedeelte tussen Spui en Dordtse Kil dat we nu gaan doorkruisen heeft nog echte plattelandsdorpjes. Hier is geheel geen industrie en van een ochtendspits heeft men hier geen last. Het industriegebied ligt ver weg, helemaal aan de andere kant van het water bij Pernis en Europoort. Vele gehuchtjes hebben geen kern, maar bestaan uit een aantal huisjes links en rechts aan een dijk en hebben namen als Greup, Zinkweg en Zuidzijde. Het enige minpuntje dat hier de rust verstoort, is de strakke A29, die dwars door het landelijke gebied raast. Deze snelweg passeren we enkele malen door over de met bomen afgezoomde dijken en viaducten te toeren. De wegen stralen hier een rust uit, die ons verplicht om kalm te rijden en om te genieten van het vlakke land en de eenzaamheid. Dit is het land van grote boerenbedrijven, aardappelen en groente. In de verte zien we de molen en puntige kerktoren van Westmaas, die ver boven het maaiveld uitsteken. Pruttelend over de dijk op weg naar Piershil, ligt beneden ons het omzoomde kerkhof van Klaaswaal, dat opvalt door zijn grote oppervlakte. Trek gekregen, zien we in Piershil rechts een klein cafeetje dat ook nog open blijkt te zijn. Wij stappen binnen bij de Drie Linden en gebruiken daar de ochtendkoffie. Een vlugge blik op de menukaart leert ons dat je hier voor goed 25 gulden diverse palinggerechten kan eten, maar het is voor deze lekkernij nog te vroeg. Even later draaien we het poldergebied Nieuw Beijerland en Nieuw Piershil in, dat in 1582 ingedijkt is en een oppervlakte heeft van 1610 ha. Door Piershil rijdend richting het veer van Nieuw Beijerland, passeren we twee mooie intact zijnde molens de Simonia uit 1714 en de Swaen uit 1703. Een paar blikken verder, zien net de achterkant of, zoals later bleek, ook de voorkant van het pontje naar Voorne-Putten vertrekken. Gezien de geringe afstand naar de overkant, is hij snel weer terug en 15 minuten later buigen we dan ook scherp naar links om langs de dijk die het land moet beschermen tegen het water van het Spui, op weg te gaan naar Hellevoetsluis. Lekker vlot rijdend gaat het langs verschillende jachthaventjes en het natuurgebied Bernisse met zijn watergemaal. Hier is het even dimmen en gaat het toeren over in slingeren en sturen over en onderlangs de dijk tot in het mooie vestigingsstadje Hellevoetsluis. Daar rijden we het oude centrum in en vinden wat we zoeken, o.a. goed intact gebleven wallen rondom de stadskern, een statige korenmolen uit 1801 met de naam de Hoop en het oudste droogdok van Nederland dat bij de Haven ligt. Hellevoetsluis dat bij het aantrekkelijke Haringvliet ligt, heeft ook verschillende museums zoals, het Rijdend Tramwegmuseum en het Nationaal Brandweermuseum. Verder, langs het natuurgebied de Voorne Duinen en over de Haringvlietdam met een fascinerend uitzicht over het Haringvliet met zijn grote sluizen. Na een blik op de Expo en de Havens van Stellendam, krijgen we zin in een lekker visje. We parkeren de motoren bij restaurant De Goede Reede en omdat een vis moet zwemmen nemen we er ook een lekker wit huiswijntje bij. Met een voldaan gevoel zwaaien we het been over de buddy en brengen weer wat beweging in de luie rechter pols, hetgeen nodig is om in Goedereedete kunnen komen. Het plaatsje binnenrijdend trekt bij het grachtje met het oude haventje een beeldje onze aandacht. Het is een zittende vrouw met een pan pek op haar schouder en twee kanonnen in de omgeving. Het blijkt een symbool te zijn voor de verdediging van Goedereede op 22 juli 1490. Terwijl de mannen op de zee aan het vissen waren, vielen "De Hoeksen" het stadje aan. De vrouwen moesten toen wel het verdedigende werk doen en namen daarvoor kokende teer en pek. Na een gevecht van zeven uur droop de vijand letterlijk en figuurlijk af. Dit was voor hun een gouden overwinning, want Goedereede lag toen aan open water en de handel met Engeland was van behoorlijke betekenis. Dit is nog te zien aan het karakteristieke haventje met oude panden, kleine restaurantjes en nostalgische straatjes. Ook de zeemeeuwen zijn het niet vergeten en bevolken in grote getale de aanwezige heipalen langs de Bekaf. In de Varkensmarkt zien we links een indrukwekkende toren, het blijkt een kerktoren te zijn, die al snel tot 1912 dienst is gaan doen als vuurtoren. Via kleine vredige achterliggende straatjes, dringen we daarna door tot het diepste van Goeree Overflakkee. Dit gedeelte langs de kust is, mede door de leuke huisjes die we over smalle wegjes passeren, de aanwezige bossen, vennen en niet op de laatste plaats door de Kwaden Hoek, een natuurgebied van uitzonderlijke schoonheid. De naam Kwaden Hoek stamt uit 1800 en is ontstaan omdat de zandplaten een gevaar vormden voor de schippers. De aanwezige duinen zijn pas in de laatste honderd jaar ontstaan. Regelmatig dringt de zee het land nog binnen en slaan er hele stukken duin weg. Later begint dan de begroeiing weer en vormen zich nieuwe duinen. Het is opvallend hoeveel planten en dieren juist in zo'n gebied leven, zoals de zeepostelein, zeeweebree, zeeaster en blauwe zeedistel. Er lopen ook reeën rond, die hier voldoende voedsel en dekking vinden. Zo ook de konijnen die vaak op het menu staan van de aanwezige bunzing en hermelijn. De konijnenholen vormen op zich weer een nestje voor bergeenden en tapuit. De kluut, scholekster en strandplevier vinden een broedplaats op de vlakke delen van de Kwaden Hoek. Het struikgewas is bestemd voor kneu en heggemus. Tijdens de jaarlijkse najaarstrek, strijken massa's trekvogels neer en doen zich te goed aan duindoornbessen en bramen. De Kwaden Hoek is ook uniek door zijn aanwezige schorren, hetgeen een begroeid terrein is waar de zee nog vrij spel heeft en planten groeien zoals zeekraal, kweldergras, zeerus en schorrenzoutgras. Het is tevens een broedplaats voor weidevogels o.a. de kievit, veldleeuwerik en de grutto. Het gebied is vrij toegankelijk, maar i.v.m. de aanwezige teken, hetgeen kleine spinnetjes zijn die zich vast zuigen aan de huid en ziektes kunnen veroorzaken, is het aan te raden om beschermende kleding en laarzen te dragen. Na genietend van al het schoons, rijden we Ouddorp binnen en krijgen we vanaf hier een combinatie van natuur en toerisme. Langs de volop in gebruik zijnde molen De Hoop, tussen campings, spelende kinderen en duinen door slingerend, op weg naar het Grevelingenmeer. In de verte steek statig de vuurtoren van Ouddorp ver boven de duinen uit. Na het viaduct de Punt gepasseerd te hebben, staan we even in twijfel, zijn we verkeerd gereden, rijden we met al die wit/zwarte kentekens nog wel in Nederland? Het is een komen en gaan van Duitsers die met volgeladen imperialen en afgeladen campers de Grevelingen komen bezoeken om hier hun geliefde surfsport te bedrijven. Het is een schitterend gezicht al die plankjes met zeilen, de haven van Port Zélande en de volle terrasjes en restaurants. Langs het Aquadome, door Scharendijkeen dan naar het in 1285 ontstane Brouwershaven, dat nu een stil stadje vol herinneringen aan vervlogen tijden is. Als we het plaatsje binnenrijden, kijkt de uit 1724 stammende korenmolen de Haan over ons heen. Lang was de rede van Brouwershaven een van de beste van Nederland, het was tot 1872 de overlaadplaats voor Rotterdam. Met het openstellen van de Nieuwe Waterweg is hier een einde aan gekomen. Het plaatsje heeft een leuke haven met gezellige restaurantjes en een mooi stadhuis met natuurstenen gevel uit 1599. Wilt u nog een plasje maken doe het dan hier, want de komende 20 kilometer gaat het langs weilanden, dijken en vennen met rietkragen en door het oude stille stadje Dreischor. Dreischor dankt zijn naam aan drie schorre die in de 14e eeuw bedijkt zijn, heeft een mooie kerkring met oude huisjes en een statige hallenkerk uit 1340. Over wat bredere wegen gassen we door Schuddebeursnaar Zierikzee, waar we op het gezellige Havenplein de zijstandaard naar beneden klappen. Alles lijkt in deze stad uit 829 even oud, maar aangezien onze tijd ook zijn beperkingen heeft, bekijken we de indrukwekkende Zuidhaven- en Noordhavenpoort, beide uit de 15e eeuw. Trek in mosselen, het gehele haventrace is een aanprijzing van deze lekkernij. We besluiten een dagje Zierikzee voor later te bewaren en willen wel eens iets van het uitzicht over de Oosterschelde zien. Dus gaan we via Kerkwerve naar het natuurgebied Flauwers en komen bij een landbouwhaventje waar we een idee krijgen hoe het vroeger gegaan moest zijn. Toen Schouwen-Duiveland nog een eiland was, werd van dit getijhaventje druk gebruik gemaakt om de suikerbieten naar de West Brabantse suikerfabrieken te varen. In de verte ligt een van de oorzaken van de veranderingen, namelijk de Zeelandbrug. Hij ligt als een rots in de branding in het zonlicht te schitteren en de hier aanwezige sportduikers hebben zo hun eigen stekkie gevonden. Nog even de motoren laten bewonderen in Renesse en Burg-Haamstede en dan is het bij de N57 gedaan voor vandaag.
RouteStats
Automatic analysis of the GPX file — an indication, not a guarantee of riding fun.
Download Route GPX
Gebruik deze files op je GPS/TomTom
Gebruik deze route
Kies hoe je de route op je navigatie krijgt.
Navigatiesystemen kunnen een geïmporteerde route soms opnieuw berekenen op basis van hun eigen kaart- en route-instellingen. Daardoor kan de route iets afwijken van de route die je in MOTORIDE ziet.
Route Kaart
Weersvoorspelling
Het weer voor deze route voor de komende 3 dagen — Zeeland.
Locatie
Zeeland, Nederland
Afstand
156 km
Handige artikelen uit de MotorAcademie
Reviews (0)
Nog geen reviews
Wees de eerste om deze route te reviewen!
